De wereld van AOC's, DOC's en DO's is ingewikkeld en met deze pagina's doen we een poging om een overzicht te maken. Frankrijk en Italië zijn klaar, maar we werken koppig verder om minstens heel Europa zo snel mogelijk te kunnen aanbieden.

Frankrijk en zijn appellations-ymg

Frankrijk en zijn appellations

Met zijn meer dan 900.000 ha wijngaard is Frankrijk, na Italië, het grootste wijnland ter wereld. In perceptie is het over de hele wereld ook het belangrijkste. De wijnen uit de Bordeaux en de Bourgogne hebben een maatstaf neergelegd die door alle beginnende wijnbouwers in de Nieuwe Wereld wordt nagebootst. De grote variatie, de eeuwenoude traditie en het strenge kwaliteitssysteem van de Appellation d’Origine (AOC) maakten van Frankrijk het voorbeeldland bij uitstek. De laatste twintig jaar is er felle concurrentie gekomen uit de Nieuwe Wereld, maar dit heeft tegelijkertijd jonge wijnboeren aangespoort om in de landwijnen ook te beginnen experimenteren, met aardige resultaten.

Al in de middeleeuwen bestonden er wetten die de wijnhandel reglementeerden, maar de oorsprong van de appellation d’origine controlée ligt in 1905 toen een wet bepaalde dat de herkomst van de druiven bepalend was voor de vermelding op de fles. Voorheen werd er aardig wat Algerijnse wijn verkocht als Bordeaux. Lokale ruzie over de afbakening van de gebieden leidde in 1919 tot de oprichting van het systeem van de Appellation d’Origine : wijn met een specifieke AO regio-aanduiding moest gemaakt zijn met druiven uit de regio volgens de in de regio gangbare tradities. Het systeem bleef zich verder ontwikkelen en werd in 1935 omgevormd tot het nog steeds bestaande AOC systeem door de toevoeging van het woordje controlée. Hiervoor werd speciaal het INAO opgericht, het Institut National des Appellations d’Origine. Tot vandaag is het INAO verantwoordelijk voor de controle van het systeem dat overigens minder log is dan men denkt. Er worden nog constant wijzigingen aangebracht en nieuwe appellations geschapen. Het systeem zorgt voor duidelijkheid en bescherming voor de consument, maar verdedigt ook de lokale gemeenschap van wijnmakers door de naam te beschermen. Het is dankzij hen dat alleen schuimwijn uit de Champagne de naam Champagne mag dragen, of dat Amerikanen die hun witte wijn simpelweg Sancerre doopten omdat ze de stijl nabootsten die flessen niet kunnen exporteren naar Europa.

De Franse wijnwereld is opgedeeld in vier soorten : de wijnen onder de AOC wetgeving, de VDQS (Vins Délimités de Qualité Supérieure), goed voor 1% van de produktie en vaak een soort vagevuur voor de AOC, de Vins de Pays (15% van de productie), nog steeds streng gecontroleerd op kwaliteit maar met grotere vrijheden, en de Vins de Table, goed voor 55% van de productie, en steeds zonder jaartal of herkomstaanduiding.

Regionaal gezien onderscheidt men in Frankrijk veertien verschillende regio’s : Bordeaux, Bourgogne, Champagne, Alsace, Beaujolais, Champagne, Jura, Savoie, Languedoc, Roussillon (vaak samen als Languedoc-Roussillon), Provence, Corse, Sud-Ouest, Loire en Rhône. Op de volgende bladzijden vind je er een overzicht van terug met de appellations die er onder vallen.

1 : Bordeaux

Ongeveer elk boek over wijn begint met de wijnstreek Bordeaux en dit is zo logisch dat ook dit boekje hier geen uitzondering op maakt. Niet alleen blijft de Bordeaux de streek waar enkele van de meest legendarische en duurste wijnen van de wereld vandaan komen, het is ook één van de oudste wijnstreken van Europa en nog steeds goed voor een jaarproductie van 6 miljoen hectoliter wijn uit ongeveer 120.000 ha wijngaard, nog steeds meer dan bijvoorbeeld heel Australië of Zuid-Afrika. Niet minder dan 16.000 wijnboeren zijn er actief en bijna 10.000 châteaux maken wijn onder hun eigen merk. 80% van alle Bordeaux wordt geëxporteerd. Als u van elk château in de Bordeaux één fles wil drinken hebt u tegen een tempo van één fles per dag dertig jaar nodig. Bovendien is het grootste deel van de produktie aanvaardbaar goed tot zeer goed, alhoewel soms buitengewoon duur en vaak overprijsd, maar voor wie ook maar een beetje moeite doet ook met weinig geld de bron van jaren en jaren drinkplezier .

De regio wordt verdeeld door drie grote rivierroutes: de Garonne, de Dordogne en, nadat ze zijn samengevloeid, de Gironde. De meest typische ondergrond is die met een mengeling van zand en keien (de zgn. graves), maar er wordt even goede wijn gemaakt op klei of kalkgronden. Het klimaat van de Bordeaux is een zeeklimaat, beïnvloed door de Atlantische oceaan en dus met een aantal risico's: late wintervorst kan de jonge scheuten beschadigen, een natte herfst kan de druiven doen beschimmelen, regen in de oogsttijd maakt de druiven te nat en hagel kan komplete wijngaarden verwoesten. De jaargang is hier dan ook erg belangrijk en alhoewel dankzij de moderne technieken goede wijnmakers ook in slechte jaren zeer acceptabele wijn kunnen maken zijn het de klimatologische omstandigheden die het verschil maken tussen gewoon goed en groots.

Naast de appellations onderscheid men vijf duidelijke terroirs waar verschillen in ondergrond en ligging de wijnstijl beïnvloeden. Op de linkeroever van de Gironde en de Garonne liggen de grote districten Médoc en Graves. Het is het koninkrijk van de Cabernet Sauvignon en de rode wijnen zijn overwegend bewaarwijnen die kelderrijping nodig hebben. Op de rechteroever is het gebied rond het havenstadje Libourne belangrijk met de appellations St-Emilion en Pomerol. Tussen de twee rivieren ligt een uigestrekt witte wijngebied met Entre-Deux-Mers als bekendste naam. De Côtes (Blaye en Bourg) zijn randgebieden waar goedkopere maar steeds beter wordende wijn vandaan komt. De zoete likeurwijnen van de Bordeaux vormen een zesde groep. De Cabernet Sauvignon en de Merlot zijn de belangrijkste druiven en dragen door hun erg spcifieke karakter bij tot de eigenheid van een regio. Een heel grote groep châteaux valt niet onder een specifieke regio maar valt onder de noemer van de generieke Bordeaux en één van zijn appellaties.

Typisch voor de hele Bordeaux zijn twee technieken die later hun weg zouden vinden over de hele wereld, vaak ter nabootsing van de Bordeaux. De eerste is de techniek van het assembleren waarbij de keldermeester jonge wijnen van één bepaalde druivensoort gaat mengen met die van andere druivensoorten om zo een specifiek karakter te bekomen. De tweede is die van het rijpen op eiken vaten, wat aan de wijn specifieke aroma’s en karaktereigenschappen meegeeft. Het produceren van vaten is in de Bordeaux dan ook een vak apart dat zeer hoog gewaardeerd wordt door de wijnmakers en mag alleen gebeuren met Franse eik (die trager groeit dan bijvoorbeeld Amerikaanse).

Bordeaux is naast de naam van de streek ook de naam van een overkoepelende appellation voor redelijk lichte, simpele wijnen. Ze zijn bijna altijd goedkoop, maar meestal ook lekker en als tafelwijn bijna onovertrefbaar. Voor wie bewust koopt heeft gewone Bordeaux een uitstekende prijs-kwaliteit verhouding. De gemiddelde kwaliteit stijgt constant dankzij beter beheer, beperktere rendementen en professionelere vinificatie. De wijngaarden kunnen in principe overal in de Bordeaux liggen, ook in de specifieke appellations. Zo zal een wijnbouwer uit de Saint-Emilion zijn witte droge wijn verkopen als een Bordeaux AOC, en één uit Sauternes of Entre-Deux-Mers zijn rode.

Ongeveer 60% van alle geëxporteerde wijn in de Bordeaux regio bestaat uit de appelaties Bordeaux en Bordeaux Supérieur. 55% van de Bordelese wijngaarden (zo'n 58.000 ha) ziet zijn druiven uitsluitend gebruikt voor deze appellatie. Er zijn 7500 wijnboeren, goed voor 400 miljoen flessen wijn, iets minder dan de helft gebotteld onder het eigen château. Bijna 80% van de gewone Bordeaux wordt in bulk verkocht. Veel wijn wordt gebotteld door de grote merken die de door hen over het hele gebied opgekochte druiven samenvoegen en er de zogenaamde generieke wijnen mee maken. Omdat deze min of meer verplicht zijn om voor weinig geld een zeer aanvaardbare rode wijn te maken is dit erg vaak goede tafelwijn voor alledag, met het grote voordeel dat de flessen goedkoop en overal terug te vinden zijn en steeds dezelfde kwaliteit en smaak geven, terwijl het bij de kleinere chateaux eerst proeven geblazen is. Enkele bekendere producenten zijn Dourthe, Cordier, Malesan… met basiswijnen die echt heel lekker wegdrinken en zeker na één of twee jaar kelder uw weekavond zeer kunnen opvrolijken voor weinig geld. Ze passen ook goed bij stevige vleesschotels. Persoonlijk drink ik ze pas na een drietal maanden kelder, waarna ze nog één à twee jaar aan diepte en smaak blijven winnen.

Bordeaux AOC: basisappellatie voor simpele en goedkope rode wijnen van zeer uiteenlopende kwaliteit; enige kelderrijping helpt, maar binnen de drie jaar openen moet

Bordeaux Supérieur AOC: iets beter en minimaal twaalf maanden vatrijping, eveneens zeer uiteenlopende kwaliteit; één à drie jaar kelderrijping

Bordeaux Rosé AOC: frisse, fruitige rosé met dezelfde druivensoorten als de rode; kleine produktie

Bordeaux Clairet AOC: lijkt sterk op de rosé, maar iets dieper gekleurd; kleine produktie, meestal goede kwaliteit

Bordeaux Blanc Sec AOC: droog, nerveus, fruitig en toenemend in kwaliteit dankzij moderne technieken; kan zowel op inox vat of op houten fust gerijpt zijn. Uiteenlopend van kwaliteit.

Bordeaux Blanc Supérieur AOC: zoete witte, zeer kleine produktie

Crémant de Bordeaux AOC: de lokale schuimwijn-appellatie; goede kwaliteit en toenemend in populariteit

Op de rechteroever van het estuarium van de Gironde liggen de stadjes Blaye en Bourg. Alhoewel het een zeer oude wijnregio is heeft ze geen grote naam en witte wijndruiven primeerden er lang, deels voor de produktie van cognac. Vandaag zijn het vooral de roden die de naam kregen een economischer alternatief te zijn voor veel dure Médoc en wijnliefhebbers met gevoel voor spaarzaamheid moeten deze regio in het oog houden.

Vaagweg kan men een onderscheid maken tussen het grote en zeer verscheiden Blaye en het compactere, wat uniformere Bourg.

Blaye AOC: basisappellatie voor rood en wit, basiskwaliteit

Côtes-de-Blaye AOC: droge en aromatische witte aperitiefwijn

Premières-Côtes-de-Blaye AOC: fruitige rode en frisse witte; de betere domeinen leveren zeer veel waar voor hun geld; tussen de drie en acht jaar kelder is voor de betere ideaal

Côtes-de-Bourg AOC: kleiner maar dichter beplant; traditioneel vol, droog en fruitig, maar in het begin erg gesloten; veel familie-eigendommen, weinig grote investeerders, dus aangename prijzen; vaak een alternatief voor St-Emilion; klassiek zes tot acht jaar kelder, maar de modernere zijn jonger drinkbaar

Op de rechteroever van de Garonne ligt het havenstadje Libourne en de regio errond werd ernaar genoemd. St-Emilion, Pomerol en Fronsac zijn de belangrijkste appellations en de gemeenschappelijke factor hier is de merlot druif die hier de hoofdrol speelt. Dit maakt de wijnen van de Libourne sneller drinkbaar en soepeler dan die van de Médoc, alhoewel ze ook iets minder lang bewaren. Het zijn tegelijjkertijd aangename maaltijdwijnen die zowel bij wit als rood vlees passen en uitstekende begeleiders zijn van zachte kazen.

Fronsac AOC: de zes gemeentes van de Fronsac liggen het meest westelijk van de Libourne; intens en stevig maar ook fijn en elegant; best na twee jaar kelder

Canon-Fronsac AOC: alleen uit wijngaarden op de hellingen van de dorpen Fronsac en Saint-Michel-de-Fronsac; krachtigere, maar ook zeer soepele wijnen die gemakkelijk tot tien jaar kelder verdragen en zich gewoonlijk pas na vijf à zes jaar opent.

Pomerol AOC: klein in oppervlakte, groot in kwaliteit; een echte merlot-wijn, ideaal na vier tot zes jaar kelder, soepel en rond; de allerbeste zijn op leeftijd sensueel en rond en kunnen tot veertig jaar of meer ouderen

Lalande-de-Pomerol AOC: iets groter in oppervlakte, iets lager in kwaliteit; over het algemeen een goede prijs/kwaliteitverhouding; drinkklaar na een drietal jaren, vijf tot tien jaar kelder is normaal

Saint-Emilion AOC: merlot en cabernet franc overheersen hier en de wijnen zijn dus soepel en fruitig, maar de verscheidenheid aan bodems maakt zeer uiteenlopende resultaten mogelijk; de kleinere wijnen zijn na drie tot zes jaar op hun top, de beste halen echter gemakkelijk de vijftien jaar

Saint-Emilion Grand Cru AOC: klassificatie op grond van degustaties, niet terroir gebonden; uiteenlopende kwaliteit; ongeveer 200

Saint-Emilion Grand Cru Classé AOC: elke tien jaar worden tussen de Grand Crus de beste kastelen gekozen om een klassement te vormen; bij de laatste, in 1996, waren dat er 68

Saint-Emilion Premier Grand Cru Classé AOC: de beste van de beste; 13 van de 68 kregen dit label en ze zijn prachtig maar helaas ook duur

Montagne Saint-Emilion AOC: één van de vier satelliet-appellations van de Saint-Emilion; misschien iets boerser, maar de beste kunnen mee met de grand crus

Lussac Saint-Emilion AOC: iets zachter en vrouwelijker dan de andere drie

Puisseguin Saint-Emilion AOC: iets simpeler dan de andere, maar vergelijkbaar met veel normale Saint-Emilion

Saint-Georges Saint-Emilion AOC: kleinste van de vier, lijkt meest op de Montagne en mag ook zo genoemd worden

Côtes-de-Castillon AOC: erg recente appellation (1990); lijkt op Saint-Emilion maar iets tanninerijker en dus minder snel drinkbaar

Bordeaux-côtes-de-francs AOC: kleine maar dynamische appellation; aardige wijntjes die een mooi boeket ontwikkelen; er bestaat ook een beetje wit

 

Het uitgestrekte gebied tussen de twee rivieren is erg verschillend van de andere omdat wijn hier geen monocultuur is, maar een landbouwproduct tussen alle andere. Toch is het goed voor bijna een kwart van de productie. De bekendste en grootste appellation slaat op witte wijn, maar er wordt meer en meer rode wijn gemaakt. Omdat die valt onder de Bordeaux of Bordeaux Supérieur AOC valt dit niet zo op.

Entre-Deux-Mers AOC: droge witte wijn met hoofdrol voor de sauvignon blanc; jong te drinken begeleider van vis en zeevruchten

Entre-Deux-Mers Haut-Benage AOC: droge witte wijn met sémillon dominantie; veel kleinere productie

Graves de Vayres AOC: niets te maken met Graves AOC; kleine enclave op de linkeroever van de Dordogne waar de grond meer kiezel bevat dan de omliggende; vooral rood, een beetje wit; merlot is de hoofddruif; openen na twee jaar;

Sainte-foy-Bordeaux AOC: fruitige, aardse rode die aanleunt bij de Bergerac; beetje zoete witte

Premières-Côtes-de-Bordeaux AOC: hellingen die op de rechteroever van de Garonne liggen (dus onder Entre-Deux-Mers); hoofddruif merlot, maar zeer uiteenlopende ondergrond; meestal pittig en krachtig en goed gestructureerd; goede prijs/kwaliteitsverhouding; openen na enkele jaren kelder;

Côtes-de-Bordeaux Saint-Macaire AOC: zoete witte wijn

Dit is het oudste deel van de Bordeaux en hier werd al wijn gemaakt lang voordat men begon aan de ontginning van de Médoc. De eerste vermelding van een apart Château door een wijnkenner sloeg op Château Haut-Brion toen de Engelse dagboekschrijver Samuel Pepys de lof zong van enkele flessen Ho-Bryan in . De naam komt van de voor de streek typische rolkeien (‘graves’) die werden afgezet door de rivieren en die zorgen voor perfecte drainage. Het is de regio van de Cabernet Sauvignon voor rood onder de appellations Graves en de sinds 1996 ervan afgescheurde Pessac-Léognan. Rood domineert maar wit is in opkomst door de steeds populairder wordende sauvignon-sémillon blends en het werk van pioniers als André Lurton.

Graves AOC: vroeger het hele gebied beneden Bordeaux op de linkeroever van de Garonne, sinds 1987 alleen het zuidelijkste deel; zeer uiteenlopende kwaliteit, twee-derde is rood; vaak licht en simpel, en jong te drinken; de betere mogen pas na zeven tot tien jaar open en hij is vettiger en steviger, vaak met een gerookte ondertoon; de witte is typisch en uitstekend en de betere houtgerijpte verbeteren nog na enkele jaren kelder

Graves Supérieurs AOC: zachte witte wijn, halfzoet tot zoet

Pessac-Léognan AOC: het noordelijke deel van de Graves, aangeplakt tegen de stad Bordeaux, en de streek van de historische crus classés op de door kiezel goed gedraineerde heuveltoppen; elegante, soepele rode die zich pas na zeven tot acht jaar opent; steeds beroemder voor zijn op hout gerijpte witte blends van sémillon en sauvignon die vaak duurder zijn dan hun rode tegenhangers; wanneer sauvignon overheerst binnen de vijf jaar drinken, bij sémillon dominantie goed tot zeven-acht jaar na de oogst.

De Médoc is het thuis van Frankrijk’s grootste wijnkastelen, die al eeuwenlang beroemd zijn en gericht op de export naar Noord-Europa. De eeuwenlange politiek van investeringen heeft vooral in de Haut-Médoc met zijn zes beroemde gemeentelijke appellaties (St-Estèphe, Margaux, Pauillac, St-Julien, Moulis en Listrac), geleid tot meesterlijke maar helaas ook dure wijnen die vandaag zelfs op zichzelf vaak eerder als een investeringsgoed dan als een consumptieproduct worden aanzien. Men mag echter niet vergeten dat het ook de thuis is van talloze familiale eigendommen die leveren aan de coöperatieven of die zelf kleinere wijnen bottelen.

De Cabernet Sauvignon heerst hier dankzij de eeuwenlange selectie van de beste gronden en de beste wijnstokken, maar naarmate men naar de Bas-Médoc toegaat stijgt het belang van Merlot. De grote klassiekers op Cabernet basis zijn strenge, geraffineerde bewaarwijnen die decennia kelder verdragen, naarmate de merlot graad stijgt moeten ze jonger gedronken worden.

Médoc AOC: vroeger de Bas-Médoc genoemd; slaat op de meest Noordelijke delen, richting zee; meer merlot dan in het zuiden; sappig fruit domineert in de smaak en ze moeten gedronken worden tussen de drie en de zeven jaar oud; de allerbeste liggen op geïsoleerde kiezeleilandjes en bewaren langer

Haut-Médoc AOC: slaat op alle zuidelijk gelegen wijngaarden die buiten de gemeentelijke appellations vallen; elegante en karaktervolle maaltijdbegeleiders van wit vlees of gevogelte die best op voorhand gekarafeerd worden; de eenvoudigere moeten na drie tot vijf jaar open, de betere halen moeiteloos de tien tot vijftien jaar en zijn de eerste vijf-zes jaar erg gesloten

Listrac-Médoc AOC: één van de zes gemeentelijke appellations van de Médoc; robuuste, stevige wijnen die afhankelijk van het jaar zeven tot achttien jaar bewaren en jong soms wat stroef zijn

Margaux AOC: de meest vrouwelijke van de zes, zeer homogeen omdat alleen de allerbest gelegen gronden in aanmerking komen; geraffineerd en elegant, zacht en rijk; moet 7 tot 12 jaar rijpen en is zeer goede bewaarwijn; altijd duur; uitstekende begeleider van de allerbeste schotels met rood vlees

Moulis-en-Médoc AOC: volle, complexe en krachtige Médocs, na vijf of zes jaar op dronk, maar te drinken voor ze acht-negen jaar oud zijn

Pauillac AOC: zeer krachtige maar tegelijk elegante wijnen, vijf jaar kelder als een absoluut minimum en de betere zijn pas na vijftien jaar echt op dronk; begeleiders van schotels met erg uitgesproken smaken als foie gras, wild, paddestoelen; duur

Saint-Estèphe AOC: forse en krachtige bewaarwijnen die pas na vijf of zelfs tien jaar kelder lekker worden; let op het percentage Merlot want sommige kastelen vermeerderen dit om sneller drinkbaar te worden

Saint-Julien AOC: een synthese tussen Margaux en Pauillac, een versmelting van finesse en body; een klassieke begeleider van klassieke vleesschotels;

Met de Sauternes als bekendste is de Bordeaux ook beroemd voor zijn grote zoete witte wijnen. Dat de appellaties voor deze wijn allemaal te vinden zijn in de buurt van het riviertje Ciron, in het midden van de Graves, is geen toeval. Door het samenvloeien van dit riviertje en de Garonne ontstaat er in deze vallei een herfstmist die in de late namiddag verdwijnt zodat de druiven elke ochtend eerst doorweekt dan opgewarmd worden. Hierdoor ontstaat er een zeer gewilde schimmel, de botrytis cinera, die een proces in gang steekt dat men kent als de pourriture noble of edele rotting. Het sap verdampt en concentreert en er wordt suiker gevormd tot elk druifje een bommetje vol aroma en concentratie vormt. De nadelen zijn de onregelmatigheid van dit fenomeen dat niet elk jaar op elke plaats voorkomt en het feit dat het ook niet gelijktijdig met alle druiven gebeurt zodat er met de hand in verschillende beurten (tries) moet geplukt worden.

Cadillac AOC: lichte, fruitige zoete wijn met voldoende zuren; over het algemeen vroeg te drinken

Loupiac AOC: een klassieke lichte dessertwijn, eveneens vroeg te drinken; perfect bij appeltaart (tarte tatin)

Sainte-croix-du-mont AOC: lage prijs en hoge kwaliteit, stijl kan zowel aanleunen bij Loupiac als bij Sauternes

Cérons AOC: fruitig en halfzoet aperitiefwijntje

Barsac AOC: iets lichter dan Sauternes, maar sterk gelijkend

Sauternes AOC: 70 tot 80% sémillon; behoren tot de grootste (en duurste) zoete witte wijnen van de wereld; tien à vijftien jaar kelderrijping maakt hem geweldig lekker, de beste kastelen komen pas op hun top na twintig jaar; kleine (goedkope) kastelen plukten vaak buiten de botrytis periode en zijn wel zoet maar niet lekker

2: Bourgogne

Naast de Bordeaux is de Bourgogne de meest legendarische wijnstreek van de wereld. Dankzij het klimaat (strenge winters en warme zomers), de legendarische bodem (kalk, mergel, klei, kiezel, en links en rechts een beetje ijzer), en twee geweldige druiven (de chardonnay en de pinot noir) is het het thuis van een aantal wijnen die hun gelijke niet kennen. Het is echter ook één van de ingewikkeldste wijnregio’s, waar hemel en hel naast elkaar liggen, waar perceel A godendrank voortbrengt en perceel B, vijfhonderd meter verder, vuiligheid, en waar beiden dan nog eens ongeveer hetzelfde kosten. De omstandigheden van het oogstjaar, de precieze ligging van het perceel en de kunde van de wijnmaker kunnen een enorm verschil in kwaliteit maken en zowel chardonnay als pinot noir zijn druivensoorten die zowel platte, gestoorde wijn als absolute wereldtoppers kunnen voortbrengen. Wat de zaak nog eens bemoeilijkt is het feit dat in tegenstelling tot de Bordeaux er geen echt grote châteaux zijn waar de consument zich tot kan richten. De Bourgogne bestaat uit een lappendeken van kleine tot piepkleine perceeltjes die erg van elkaar kunnen verschillen, ook omdat bij een zo grillig klimaat en een zo grillige bodemgesteldheid de zogenaamde ‘climats’, vaak maar enkele hectaren groot, echt wel het verschil kunnen maken. Komt daar nog eens bij dat er zowel wijn wordt gemaakt door een hele horde kleine lokale producenten als door het typische Bourgondische verschijnsel van de ‘négociant, de wijnhandelaar die druiven opkoopt en er wijn mee maakt in zijn eigen installaties, en u begrijpt dat de Bourgogne een regio is voor kenners die er zich mee bezig willen houden. Over één ding is iedereen het echter eens: goed is in de Bourgogne echt goed, en wie ooit het privilege ondervond om één van de toppers van de regio te proeven weet waar ik het over heb.

De ingewikkeldheid begint al bij de kwaliteitsopdeling: Bourgogne onderscheid vier kwaliteitsniveau’s. De regionale appellaties zijn goed voor 56% van de produktie, de gemeentelijke (villages), goed voor 30%, de premier cru (12%) en de grand cru (2%).

Geografisch gezien is een eerste indeling erg eenvoudig: er wijn vier grote regio’s, van noord naar zuid zijn dit de Yonne (Chablis), de Côte d’Or (Côte de Nuits en Côte de Beaune), de Côte Chalonnaise en de Mâcon. De Côte d’Or is opgedeeld in een netwerk van gemeentelijke apellaties, waarbinnen men dan ook nog eens honderden zgn. climats onderscheid.

Bourgogne is ook een regio van monocépages (tamelijk uitzonderlijk in Frankrijk), maar dankzij dit feit vindt je de meest glorieuze chardonnay of pinot noir wijnen wel in deze streek. Ze hadden een voorbeeldfunctie voor heel de wereld.

(Technisch gezien ligt ook de Beaujolais in de Bourgogne regio, maar omwille van het duidelijke verschil (het gebruik van de gamay druif) krijgt de Beaujolais hier zijn eigen hoofdstukje.)

Bourgogne AOC: zeer algemene appellation voor gewone Bourgogne, het is toegelaten om namen van streken of dorpen toe te voegen; zeer uiteenlopende kwaliteit, jong en fris te drinken (maximum twee jaar voor wit, vijf jaar voor rood)

Bourgogne-Grand-Ordinaire AOC: bijna even algemeen, en er mag ook gamay voor rood en aligoté voor wit gebruikt worden; soms verrassende prijs/kwaliteit; sterk uiteenlopende karakters

Bourgogne-Aligoté AOC: levendige witte, soms onaangenaam zuur, soms heerlijk fris en fruitig; jong en fris te drinken

Bourgogne-Aligoté-de-Bouzeron AOC: zuiver, fris, afkomstig van het dorp Bouzeron, de beste aligoté’s

Bourgogne-Passetoutgrain AOC: assemblage van gamay en pinot oir, met minimaal één derde pinot noir; lichte, jong te consumeren (max drie à vier jaar kelder), maar vaak aangename wijntjes

Bourgogne-Hautes-Côtes-de-Nuits AOC: wijn van 16 gemeentes in het achterland van de Côte-de-Nuits; speelse en lichte witte en rode wijn, jong te drinken (hij verbetert niet in de kelder en zakt na enkele jaren ineen)

Bourgogne-Hautes-Côtes-de-Beaune AOC: wijn van een 20tal gemeentes in het achterland van de Côte-de-Beaune; speelse en lichte witte en rode wijn, jong te drinken (hij verbetert niet in de kelder en zakt na enkele jaren ineen); veel aligoté en gamay;

Crémant-de-Bourgogne AOC: hoofdzakelijk chardonnay, soms pinot noir (blanc de noirs); tweede grootste crémant (in volume) van Frankrijk; sterk uiteenlopende kwaliteit

In deze regio wordt één van de bekendste witte wijnen van de wereld geproduceert !!! Gemaakt van chardonnay-druiven, met wijngaarden gelegen op goed gedraineerde ondergronden van klei en kimmeridge-kalksteen, en met een continentaal klimaat, zijn het altijd aangename wijnen met een aangename verhouding tussen vers fruit en frisse zuurte, terwijl de beste op latere leeftijd een uniek aroma ontwikkelen dat men ‘pierre-à-fusil’ of vuursteen doopte. Hij kan dan ook zowel jong als oud gedronken worden, waarbij de beste kwaliteiten het best ouderen. Er bestaan twee onderscheiden stijlen: de oudste is die met rijping op eiken fusten, veel wijnboeren zweren echter bij de inox cuvées omdat dat de oorspronkelijke aroma’s van de druif beter doet uitkomen. Van beide bestaat uitstekende exemplaren. Gewone chablis is de ideale begeleider van zeevruchten, escargots en charcuterie; de toppers voelen zich best bij vis en wit vlees.

Petit Chablis AOC: iets zuurder en minder aromatisch en vroeger de lokale karafwijn; altijd goedkoop; jong drinken

Chablis AOC: frisse witte wijn (in natte, koude jaren wat té zuur) die men over het algemeen jong drinkt (één à drie jaar), maar die ook tien jaar kan worden en dan complex en rijk is; tussenin maken veel wijnen een periode door waarin ze saai en gesloten zijn waar ze soms ook niet van herstellen; veel mensen prefereren hem dan ook jong

Chablis premier cru AOC: een dertigtal climats die de betere chablis voortbrengen; na ongeveer vijf jaar kelder staan ze op hun top, men zegt dan van de wijn dat ‘il noisette

Chablis grand cru AOC: de zeven beste climats; acht tot vijftien jaar kelder brengen hem naar zijn top en hij ontwikkelt dan de fameuze ‘pierre-à-fusil; voor het climat Les Clos spreekt men zelfs van ‘poudre-à-canon; kleine productie en dus onveranderlijk duur

Irancy AOC: een zgn. gemeentelijke appellatie voor rode pinot noir wijn; de meest interessante voegen wat van de césar toe, een lokale druif; fruitige, jong te drinken wijn

Saint-Bris AOC: nog maar sinds 2001 erkend als AOC, voorheen een VDQS; opvallend genoeg gemaakt met sauvignon blanc wat in de Bourgogne uitzonderlijk is; zeer aromatisch en jong te drinken

Hier komen de beste wijnen van Bourgondië en misschien wel van de hele wereld vandaan. Voor een groot deel hebben we dat aan de cisterciënzers te danken die al sinds de veertiende eeuw, gesteund door hun hertogen, bezig zijn met experimenteren, verbeteren, indelen en commercialiseren. Na de Franse revolutie vielen hun wijngaarden uiteen in vele kleine percelen mar hun kennis rond microklimaten en de meest gunstige percelen bleef bewaard en vele van de vandaag nog bestaande grand crus volgen nog hun oorspronkelijke ommuring zoals de cisterciënzers die bepaalden. Later zorgden de négociants er door goed uitgevoerde marketing voor dat de wijnen gegeerd werden in heel Europa en dus duur betaald. Dit geld werd weer geïnvesteerd in de allerbeste stukjes zodat de allerbeste hier werkelijk de allerbeste zijn. Misbruik is er echter ook nog steeds dus de hulp van een lokale kenner of ervaren wijnhandelaar is esssentieel.

De Côte zelf is eigenlijk een klif die van Dijon naar het zuidwesten wegloopt, met een enorm variërende ondergrond, en met de stad Beaune in het midden. Het noordelijke deel heet de Côtes de Nuits, het zuidelijke de Côte de Beaune.

Qua theoretische kwaliteit zijn de wijnen onderverdeeld met als basis de gemeentelijke appellation, daarna volgt de premier cru en daarna de grand cru, beiden slaant op duidelijk afgelijnde percelen die beter zijn dan de omringende. Er zijn honderden premier cru’s en het zou ons te ver leiden om die op te sommen en we beperken ons bij de grand cru’s ook alleen tot de vermelding.

Qua bewaring is er een groot verschil met Bordeaux. Zelfs de echt goede Bourgogne’s zijn na tien jaar echt wel op hun hoogtepunt en kunnen beter worden geopend. De meeste gewone zijn op dronk na drie jaar.

La Côte de Nuits

Marsannay AOC: AOC sinds 1987; rood, wit en rosé; wat stroeve rode die zich pas na een viertal jaren ontplooit maar dan vlezig en aromatisch wordt; elegante maar stevige witte die na twee jaar begint open te bloeien en gemakkelijk een jaar of acht blijft verbeteren; één van de weinige rosés van de Bourgogne, een droge volle begeleider van de zomerse plattelandskeuken

Fixin AOC: overwegend rood; stevige, tanninerijke bewaarwijn; enkele premier cru’s maar weinig toppers

Gevrey-Chambertin AOC: rood; twee grand cru’s en 26 premier cru’s; er is een verschil in stevigheid tussen de wijnen van de top van de helling en de iets lager gelegen gebieden; over het algemeen pas na zes jaar openen, bereikt dan zijn top tussen de tien en de twintig jaar; zeven andere grand cru’s mogen de naam Chambertin toevoegen en maken erg gelijkaardige wijnen; nooit goedkoop en oppasen voor de prijs/kwaliteitsverhouding

Morey-Saint-Denis AOC: rood; vijf grand cru’s en verschillende premier cru’s in één van de kleinste AOC’s van de Bourgogne; slanke maar stevige bewaarwijnen

Chambolle-Musigny AOC: rood; twee Grand Cru’s, 24 premier cru’s; meest elegante en aromatische van de Côte de Nuits; ook een bewaarwijn (tien à vijftien jaar)

Vougeot AOC: rood; kleinste AOC met vier premier cru’s; elegante mooie rode, zeldzame witte; Clos de Vougeot is een ommuurde wijngaard van 50ha, vroeger in handen van monniken, nu opgedeeld onder niet minder dan 80 eigenaren; hij is altijd duur en soms zijn geld waard

Vosne-Romanée AOC: rood; 8 grand cru’s, 15 premier cru’s, waarvan sommige eigenlijk in het dorp Flagey-Echezeaux liggen; rijk, kruidig en complex, minstens zeven tot acht jaar kelder nodig

Nuits-Saint-Georges AOC: rood; geen grand cru’s, wel 41 premier cru’s met nogal wat verschil in karakter; compact, koppig en vlezig, op hun best tussen de vijf en de tien jaar oud

Côte-de-Nuits-Villages AOC: rood; verzamelt de wijngaarden van vijf kleinere gemeentes; excellente wijnen aan menselijkere prijzen dan elders in de Côte de Nuits

La Côte de Beaune

Ladoix AOC: rood en wit; onbekend en onbemind (kreeg pas in 1978 zijn eerste premier cru’s), maar ook onderschat; enkele jaren kelder zijn aan te raden;

Aloxe-Corton AOC: excellente maar dure grote rode én witte bewaarwijn; alle gronden die niet onder de twee grand cru’s vallen; verschillende premier cru’s

Corton: geen appellation, maar een grand cru, maar wel de grootste van de Bourgogne en de enige rode grand cru van de Côte de Beaune; rijke rode bewaarwijnen

Corton-Charlemagne: ook een grand cru, naar verluidt de beste witte chardonnay van de wereld, aroma’s van kruiden en noten, dat pas na vijf jaar openbloeit en tot 15 à 20 jaar oud prachtig blijft

Pernand-Vergelesses AOC: rijke, volle witte, fluwelige, soms wat boersere rode; enkele premier cru’s

Savigny-lès-Beaune AOC: soepele, fruitige en aangenaam geprijsde middenklasser; vooral rood, beetje wit (van goede kwaliteit); openen tussen de vier en de tien jaar

Chorey-les-Beaunes AOC: bijna altijd een frisse, leuke landwijn, sommige steken er wat boven uit en bewaren een zestal jaar goed in de kelder

Beaune AOC: elegante kruidige rode, één van de grootste appellations van de côtes, met de meeste premier cru’s; drinken tusen de zes en de tien jaar oud; zeer veel wijn van négociants, die het laatste decennium terug veel meer moeite doen om goede kwaliteit te leveren; een beetje wit

Côte de Beaune AOC: kleine appellatie op de Montagne de Beaune

Pommard AOC: alleen rood; stevige, tanninerijke bewaarwijnen; verschillende premier cru’s; in de VS populair omwille de gemakkelijk uit te spreken naam

Volnay AOC: alleen rood; sensueel, delicaat en fluwelig, op dronk vanaf vijf jaar

Monthélie AOC: vooral rood, klein beetje wit; 9 premier cru’s; stevig en gul, iets boerser dan de andere maar een goede prijs/kwaliteitsverhouding

Auxey-Duresses AOC: zowel wit als rood; de rode lijkt wat op een Volnay, de witte op Meursault en hij topt tussen de drie en vijf jaar oud

Saint-Romain AOC: wit en rood; aangename wijntjes met een goede prijs/kwaliteitsverhouding

Meursault AOC: de "hoofdstad van de witte wijn in Bourgondië" en inderdaad de thuisbasis van zeer lekkere witte chardonnay wijn zoals men hem overal ter wereld probeert te kopiëren; de beste komt van de vele premier cru’s en is jong al erg lekker maar is vooral een zeer veelbelovende bewaarwijn

Blagny AOC: kleine productie rood, de meeste wijngaarden hier vallen onder Meursault of Puligny-Montrachet en maken witte wijn

Puligny- Montrachet AOC: wit met vier grand cru’s en veel premier cru’s; zeer subtiele en harmonieuze chardonnay wijnen; die van de grand cru’s kunnen tot 20 jaar rijpen; dure appellatie

Chassagne- Montrachet AOC: wit met drie grand cru’s waarvan er één gedeeld wordt met puligny en een even grote kwaliteit; rood met interessantere prijs/kwaliteitsverhouding

Saint-Aubin AOC: vooral wit maar ook rood is belangrijk; goede prijs/kwaliteitsverhouding, vinnige wijnen

Santenay AOC: vooral rood, beetje wit; mooie premier cru’s; drinken tussen de vijf en de acht jaar oud

Maranges AOC: klein beetje wit, vooral rood, zes premier cru’s; fruitige wijnen met body die tussen de vijf en tien jaar oud op hun hoogtepunt zijn

Côte-de- Beaune-Villages AOC: kleine appellatie voor rode wijnen uit de hele Côte de Beaune die geen eigen appellatie kregen

Dit verlengstuk van de Côte d’Or kan zijn wijnen bottelen onder twee regionale appellaties (Bourgogne en Bourgogne Côte Chalonnaise) en vijf dorpsnamen. Ze zijn gemaakt met dezelfde druiven en dezelfde technieken als in de Côte d’Or, maar moet jonger gedronken worden. Ze zijn wat minder geconcentreerd en missen de grootsheid van de andere, maar daartegenover stellen ze dan weer een goede tot uitstekende prijs/kwaliteitsverhouding.

Bourgogne Côte Chalonnaise AOC: pas sinds 1990 erkend; wijngaarden rond de vijf dorpen; vriendelijke en aangename wijnen, zowel wit als rood, sympathiek geprijsd

Bouzeron AOC: wit, met alleen de aligoté druif, die hier complexe, ronde wijnen oplevert, erg verassend voor wie gewend is aan de nogal zure aligoté stijl elders

Rully AOC: wit en rood (2/3 wit); 19 premier cru’s; plezierige rode wijnen die een vijftal jaren bewaren, elegante, kruidige witte die erg populair is en een goed alternatief voor de dure Côte d’Or wijnen

Mercurey AOC: lichte, aangename rode, vier tot zes jaar bewaarbaar; enkele premier cru’s

Givry AOC: vooral rood, beetje wit; stevig en geurig maar een beetje boers, ontwikkelt zich nog enkele jaren op fles; volle, vette witte

Montagny AOC: alleen wit; de beste komt uit Montagny zelf

Alhoewel er wel degelijk rode Mâcon bestaat is dit toch de regio van de witte chardonnay wijn met de bekende appellations St-Véran en Pouilly-Fuissé. Het zijn typische witte Bourgognes, maar misschien wat vriendelijker en wat lichter en eerder aperitief dan maaltijdwijn. De négociants spelen hier een minder belangrijke rol maar de coöperatieven des te meer. Rode Mâcon wordt niet gemaakt met pinot noir maar met gamay en leunt dus dichter aan bij de Beaujolais dan bij de Bourgogne.

Mâcon AOC: wit zowel als rood; wit met chardonnay, maar de beste vallen onder de –villages appellations; de rode zijn gemaakt met gamay en moeten jong en fris gedronken worden; de betere bevatten ook wat pinot noir

Mâcon Supérieur AOC: bevat één graad meer alcohol

Mâcon-Villages AOC: alleen wit; moet afkomstig zijn uit één van de 43 geselecteerde dorpen; soms wordt de naam van het dorp toegevoegd (Igé, Lugny, Chardonnay en andere)

Viré-Clessé AOC: Sinds 1998 erkend als aparte appellation, daarvoor Mâcon-Villages; lichte, frisse witte wijn, perfect bij kikkerbilletjes of als aperitief; geen bewaarwijnen

Pouilly-Fuissé AOC: levendige, aromatische witte wijnen (niet te verwarren met Pouilly-Fumé uit de Loire); eikgerijpte versies verbeteren mooi na kelderrijping (drie tot zes jaar); groot kwaliteitsverschil tussen de massa (fris en leuk) en de betere (stevig en interessant)

Pouilly-Loché AOC: wat minder bekend, misschien wat minder vol, maar zelfde stijl

Pouilly-Vinzelles AOC: idem

Saint-Véran AOC: lichte en elegante fruitige witte chardonnays, leuk bij voorgerecht of aperitiefhapje; geen bewaarwijn

3: Beaujolais

Alhoewel de Beaujolais regio officieel binnen de Bourgogne valt, is ze omwille van haar zeer eigen karakter volstrekt anders. Dit verschil wordt door een zeer actieve marketingpolitiek ook nog benadrukt zodat er bij het woord Bourgogne nog weinig mensen aan Beaujolais denken.

De Beaujolais streek is een relatief klein gebied van ongeveer 50km lang en 15 km breed, verspreid over de departementen Saône-et-Loire en Rhône. Het is het meest zuidelijke deel van de Bourgogne en beslaat zo'n 23000 ha. De vallei van de meanderende en traagstromende Saône sluit de regio af op de oostkant, op de westkant liggen de bergen van het Centraal Massief. De regio zelf kenmerkt zich door valleien en heuvels wat een overvloed aan in de zon badende zuidhellingen oplevert. Bovenaan, in de zogenaamde Haut-Beaujolais, liggen de wijngaarden van de cru's en de Villages (graniet- en kwartsbrokken op een bed van leisteen). In de Bas-Beaujolais (klei en kalk) wordt de gewone gemaakt. De wijngaarden liggen op hoogtes tussen de 150 en de 350m. De beboste heuveltoppen leveren bescherming tegen de westenwind.

Er zijn drie basis-appellaties en tien cru's die elk hun aparte appellatie kregen.

Beaujolais wordt altijd gemaakt met de Gamay-druif die op 99% van de gronden in de Beaujolais is aangeplant. Alhoewel deze druif nogal vatbaar is voor ziektes en het erg moeilijk heeft met nachtvorst in de lente is ze merkwaardig perfect voor de regio. Ze wordt geoogst midden september. In de rode wijn mag tot maximaal 15% pinot noir verwerkt worden.

Het geheim van de beaujolais is een variant van de 'macération carbonique' die hier 'macération beaujolaise traditionelle' wordt genoemd of 'méthode du Beaujolais'. Dit ledit tot zeer fruitige rode wijnen met weinig bewaarcapaciteit maar opmerkelijk aangenaam om te drinken wanneer jong.

In feite kunnen we drie types beaujolais onderscheiden: de Beaujolais Nouveau, die indien goed gemaakt een leuke seizoenswijn is, gewone Beaujolais die in zijn eerste levensjaar een goede begeleider is van landelijke schotels en de cru's die 3 tot 7 jaar moeten rijpen en dicht aanleunen bij de rode Bourgogne's.

Beaujolais AOC: een simpele gamay wijn, jong te drinken (binnen het jaar) met de nadruk op fruitigheid; veel coöperatieven maar ook veel kleine wijnbouwers die leuke wijntjes voor alledag maken; koel te drinken (11°) begeleiders van bloedworst, triperies, cervela, worst, salami; er bestaat ook witte Beaujolais, een typische frisse chardonnay wijn

Beaujolais Supérieur AOC: iets rijker in alcohol

Beaujolais-Villages AOC: de wijngaarden van 38 gemeentes hebben recht op deze naam; levendige, aromatische wijnen, koel te drinken bij terrines, koude kip, koud wit vlees; nogal uiteenlopende stijlen, van simpel als een gewone Beaujolais tot heel dicht bij de finesse van sommige cru’s; jong (binnen de twee jaar) drinken

Brouilly AOC: grootste en meest zuidelijke cru, gelegen rond de Mont-de-Brouilly; de meeste zijn nauwelijks te onderscheiden van een gewone villages, de beste geuren naar krenten en bewaren twee tot vier jaar

Côte-de-Brouilly AOC: beter gelegen wijngaarden op de hellingen van de Mont Brouilly, met een ondergrond van graniet en leisteen; koud vlees, bloedworst; bewaart één à drie jaar, nogal zeldzaam

Chénas AOC: erg kleine appellatie; eerder floraal dan fruitig in de neus; best na één of twee jaar kelder

Chiroubles AOC: soepel en elegant, jong (2 jaar) en koel te drinken; leuk bij charcuterieschotels

Fleurie AOC: fluweelzachte, erg vrouwelijke wijn; jong al drinkbaar maar pas op hun best na twee jaar kelder; iets warmer drinken (13, 14°C); florale aromas, "comme un paysage printanier, pleine de promesses"

Juliénas AOC: fruitige, soliede wijn, wat ernstiger dan de andere en pas na drie, vier jaar drinkklaar, rond zes jaar op zijn hoogtepunt; zeer geschikt voor coq au vin;

Morgon AOC: tweede grootste cru; robuust en pittig, erg fruitig (kers, abrikoos, kirsch); bewaarwijn die enkele jaren moet liggen om op dronk te komen; de beste lijken na tien jaar op de betere Bourgognes;

Moulin-à-Vent AOC gewoonlijk de duurste van de cru’s en een echte bewaarwijn die pas na enkele jaren kelder wordt geopend; het aroma is zowel floraal als fruitig; echte maaltijdwijn

Régnié AOC: jongste van de cru’s (sinds 1988); soepel, evenwichtig, elegant; niet langer dan drie jaar bewaren

Saint-Amour AOC: omwille van zijn naam populair voor de export; de meeste moeten na één tot drie jaar gedronken worden; goede begeleider van escargots, kikkerbilletjes, champignons, kip in room

Coteaux du lyonnais AOC: strikt gezien niet onder Beaujolais te klasseren maar een onder de aparte regio Le Lyonnais; historisch de wijnregio voor Lyon maar gereduceert tot 350 ha na de grote phylloxera plaag en nooit hersteld; rood met gamay, fruitig en geparfumeerd zoals een beajolais, wit met chardonnay en aligoté; bijna de hele productie verdwijnt in Lyonese keelgaten

4: Champagne

Op minder dan 200 km ten noordoosten van Parijs, rond de steden Reims en Epernay, ligt de Champagne regio. Het landschap bestaat uit krijtheuvels bedekt met een laagje leem, rijk aan mineralen en met een zeer goede afwatering. Dit dwingt de wijnranken om tot op 5m diepte te gaan zoeken naar hun voedingsstoffen, wat een groot voordeel is voor de kwaliteit. Traditioneel zijn de belangrijkste delen de Montagne de Reims, de vallei van de Marne, de vallei van de Surmelin, de Aube en de Côte des Blancs, met kleinere entiteiten als de valleien van de Vesle en de Ardres en de regio's Epernay, Cangy, Sézanne en Vitry-le-Francois. Het klimaat heeft wat last van vriestemperaturen in de lente maar is voor de rest van het jaar redelijk gelijkmatig, zonder excessen, wat voor fijne wijnen zorgt.

Drie druivensoorten maken hier de dienst uit en champagne is bijna altijd een mengeling van de drie, tenzij dit anders staat vermeld. De belangrijkste is pinot noir (12067 ha) die zorgt voor ruggegraat, dan pinot meunier (10780 ha) voor de levendigheid, dan chardonnay (8790 ha) voor de verfijning. Wanneer hij van één specifieke druif gemaakt is wordt dit vermeld op het etiket. Een blanc de blancs is uitsluitend gemaakt van chardonnay en eventuele andere witte druiven, een blanc de noirs van pinot noir en/of meunier.

Champagne word meestal gemaakt met druiven uit verschillende wijngaarden en zelfs uit verschillende dorpen. Deze zijn geklassificeerd naar kwaliteit. De 17 Grand Cru dorpen zouden druiven (niet wijn !) moeten voortbrengen van topkwaliteit, de 38 premier Cru dorpen al ietsje minder. Vermelding op de fles slaan dus alleen op de theoretische kwaliteit van de druiven. Een uitstekend gemaakte champagne van wat mindere druiven kan dus gemakkelijk beter zijn dan een Premier of zelfs Grand Cru die al decennia op zijn lauweren rust.

Het zijn in de Champagne vooral de grote handelshuizen die overal druiven opkopen en er champagne mee maken, elk volgens hun eigen stijl en hier komt weinig terroir bij kijken omdat het mengwijnen zijn. Steeds meer kleinere boeren beginnen echter met kleinschalige produktie waar het terroir wél een rol speelt en daar de Champagne bijna 300 verschillende terroirs kent…

Eén van de reden van het succes van de grote huizen is het feit dat het minimaal drie jaar duurt om een champagne te maken en zelfs langer voor de betere. Dit wil zeggen dat in de kelders van de Champagne permanent meer dan een miljard flessen liggen. Over het algemeen beweert men dat een goede champagne vijf tot tien jaar in het productieproces heeft doorgebracht (wat zijn hoge prijs verklaart) en binnen de zes maanden moet worden gedronken. Dit wil ook zeggen dat champagne op dronk is wanneer hij op de markt komt en niets wint bij een verblijf in de kelder.

In feite bestaan er twee soorten champagne, die van de grote merken, zeer homogeen en voorspelbaar (wat precies de bedoeling is), en die inspeelt op de precieze smaak van de consument die zich wanneer hij zich eenmaal voor een merk verklaard heeft de rest van zijn leven dezelfde smaak kan verwachten, en die van de kleine wijnboeren, uitermate gevarieerd, ontstaan uit bijna oneindig veel mogelijkheden qua terroir, druif en bewerking.

Champagne moet gedronken worden op een temperatuur van 7 tot 9°C, het koudst voor de goedkoopste. Idealiter gebeurt het op temperatuur brengen niet in een ijskast maar in een ijsemmer. De kurk word verwijderd met een pssjt en niet met een plop !! tenzij u Schumacher heet en op een podium staat. Dit is om een brutale decompressie te vermijden wat teveel koolzuurgas voortijdig de fles uit jaagt. Champagne mag niet worden geschonken in coupes, maar in fluiten. Deze moeten droog zijn, zonder restjes van detergent omdat die de belletjes om zeep helpen. Het is een perfect aperitief, maar hij past ook zeer goed bij de hapjes of bij magere vis; grote millésimes en bepaalde blancs de noirs verdragen zelfs vleesschotels.

Extra Brut, Brut Sauvage, Ultra Brut, Brut Nature: kurkdroog met zo goed als geen restsuiker.

Brut: bekendste en meest gedronken. Max 1,5% restsuiker. Typisch aperitief, maar ook een goede wijn bij veel voorgerechten. Een goede brut kan gemakkelijk tot vijf jaar liggen. Jong is hij onstuimig en met een aroma van wit of rood fruit. Na drie jaar wordt hij voller, met aroma's van rijpe appel, kruiden, droge vruchten, verse broodjes. Uitstekend bij vis. Na vijf jaar mindert het bruiseffect maar de smaak wordt romiger, met noten en droge vruchten en soms koffie.

Brut Millésimé: wordt alleen in topjaren gemaakt met vermelding van het jaartal. Duur.

Brut Blanc de Blancs: Uitsluitend van de Chardonnay druif. Fris en fruitig, met aroma's van citrus, munten en bloemetjes, later meer evoluerend naar veldbloemen, rijpe vruchten en een beetje lindebloesem. Wanneer nog ouder wordt hij kruidiger met de smaak van exotische vruchten.

Brut Blanc de Noirs: Alleen pinot noir en pinot meunier.

Extra Dry/Extra Sec: voor de Engelsen of Amerikanen. Redelijk zoet naar onze smaak.

Sec: idem en redelijk zoet. Opgepast, op het europese continent moet u voor droog naar Brut zoeken.

Demi-Sec: lichtzoet. 3,3 tot 5% restsuikers.

Doux: zoet. Minimaal 5% restsuikers.

Rosé: zeer goed aperitief maar ook ok bij gevogelte. Om hem te maken wordt een stille rode wijn toegevoegd aan de cuvée. Brut, Brut Millésimé of Brut Demi-Sec.

Coteaux-champenois AOC: een appellation voor een niet-schuimende wijn, eigenlijk de historische voorgangers uit een tijd toen de champagne-methode nog niet was uitgevonden; wit en rood; zowel de rode als de witte moet jong en koud worden gedronken;

Rosé-des-Riceys AOC: erg zeldzame rosé, niet schuimend, erg zeldzaam; favoriet van Louis XIV, normaal gezien jong te drinken aperitiefwijn, maar een op eik opgevoede versie bestaat die tussen de drie en tien jaar oud op haar hoogtepunt is

5: Alsace

Franse wijn van Duitse druiven in Duitse flessen met Duitse namen. Dit vat de Elzas aardig samen en het is precies deze combinatie van Franse wijnkunde met Duitse druiven die de Elzas uniek maakt in Frankrijk. Een Elzasser-fles is lang, slank en groen en herkent U onmiddellijk aan zijn karakteristieke on-franse vorm. De druiven zijn varianten die vooral in Duitsland gebruikt worden maar de Elzassers smaken anders en zijn vaak verfijnder (deels dankzij de andere smaak, deels dankzij het unieke terroir). De meeste druivensoorten worden nergens anders in Frankrijk gebruikt.

In totaal beslaat het wijnbouwareaal van de Elzas ongeveer 14.600 ha, die zich over 170 kilometer van Noord naar Zuid uitstrekt. 92% van de productie betreft witte wijn. Omdat de percelen erg versnipperd zijn primeren hier vooral coöperatieven of handelshuizen die wijn maken met druiven van verschillende boeren. Er zijn echter ook ontelbare kleine producenten die experimenteren met hun gronden en technieken en eigenlijk veel interessanter zijn. Omdat velen van hen het met niet meer dan 10-15ha moeten stellen is hun productie klein, maar bijna allemaal verkopen ze op hun eigen domein aan de consument en wijnreizen naar de Elzas zijn voor liefhebbers van witte wijn erg leuk !

De meeste Elzasser wijnen vallen onder de appellation Alsace, al dan niet met de naam van de druif er achter. In dat geval is het altijd een echte monocépage wijn (gemaakt van één van de zeven toegelaten druivensoorten). Een Alsace Grand Cru is steeds gemaakt van riesling, pinot gris, gewürztraminer of muscat én vermeld de naam van één van de vijftig Grand Cru wijngaarden. In theorie zijn dit de best gelegen wijngaarden waar dan ook nog eens verplicht gewerktwordt met een kleinere opbrengst (55hl i.p.v. 80 hl). Sommige zijn klein (3ha), sommige groot (80ha) en niet alle zijn even terecht.

Uniek zijn de Vendange Tardive (VT) wijnen die weelderig en intens zijn en ongelooflijk goed kunnen zijn (95° oechsle). Ze worden gemaakt van speciaal uitgezochte druiven die na een lange en zonnige herfst rijk aan natuurlijke suikers zijn. Ze kunnen zeer oud worden en hebben bij voorkeur minstens vijf jaar kelder gekend. Ze combineren niet altijd even goed met alles omdat ze altijd zoet zijn , maar ze zijn ideaal voor bij stevige kazen als roquefort, munster, epoisses of lichtzoete desserts. Een Sélection des Grains Nobles (SGN) wordt gemaakt van nog langer doorgerijpte druiven, vaak aangetast door botrytis, en is nog beter en duurder. Hij is zeer zeldzaam maar kan wedijveren met de beste zoete wijnen van over de hele wereld.

Alsace klevener de Heiligenstein AOC: erg zeldzaam en eigenlijk een oude variant van de traminer; elegant met discrete aroma’s

Alsace Sylvaner AOC: fris en discreet fruitig; jong en koel drinken bij choucroute of zeevruchten; goede oesterwijn

Alsace Pinot AOC: kan gemaakt worden met pinot blanc, auxerrois of beide; alledaagse, lichte wijn zonder uitgesproken aroma’s; jong en koel drinken bij eenvoudige maaltijden; de oude naam is Alsace Klevner

Alsace Edelzwicker AOC: vooral in de Elzas zelf erg populair; de enige blend die gebruik maakt van verschillende druivensoorten (pinot blanc, auxerrois, sylvaner, chasselas); grote kwaliteitsverschillen

Alsace Riesling AOC: levendige, nerveuze witte, al dan niet met zoete toetsen, één van de grote Elzasser-wijnen; ook als zoete dessertwijn in VT of SGN kwaliteit; goed voor 23% van de aanplanting; perfect bij vis, zeevruchten, choucroute of coq au riesling !

Alsace Muscat AOC: droge, lichte aperitiefwijn met typische druivenaroma’s; jong drinken

Alsace Gewurztraminer AOC: kruidig en aromatisch, weelderig en toch droog; zeer goede begeleider van goed gekruide oosterse maaltijden; in VT of SGN kwaliteit een uitstekende dessertwijn bij blauwe kaas (maar ook bij foie gras !);

Alsace Tokay Pinot Gris AOC: stijlvolle, rijke, opvallende wijnen met goed rijpingspotentieel; vaak droog en zoet tegelijk en de beste zijn uitstekende vervangers van rode wijn bij bepaalde vleesschotels

Alsace Pinot Noir AOC: de enige rode van de Elzas; de traditionele stijl is die van een bij rosé aanleunende fruitige droge en lekker wegdrinkende wijn; de nieuwe stijl leunt aan bij de Bourgogne

6: Jura

Tussen Bourgondië en Zwitserland liggen 1854 ha wijngaarden op heuvelruggen van het krijtplateau van de Jura. De ondergrond bestaat uit mergelaarde en afgebrokkelde kalkblokken en ze liggen op hoogtes tussen de 250 en 480m. De percelen zijn redelijk klein, tussen de vijf à zes hectaren en hellingsgraden tot veertig procent maken mechanisatie erg moeilijk.

De witte wijnen van de Jura zijn erg speciaal en dat hebben ze te danken aan de lokale savagnin en een erg speciale methode van wijnmaken. De wijnbouwers van de Jura onderscheiden twee types wijn: vins ouillés (klassieke legering op vaten met bijvulling om oxidatie te vermijden) en vins sous voile (zes jaar en drie maanden onaangeroerd op eikenhoutenvaten van 228 liter, zonder bijvulling). Tijdens die periode verteert een natuurlijke gistlaag of flor (op dezelfde wijze als bij sherry) alle restsuikers wat resulteert in beendroge wijn die aan sherry doet denken. De aroma's worden gecreeërd door de uitwisseling van zuurstof via de houten vatwanden, terwijl hij in relatief koele (in tegenstelling tot sherry) kelders rust. Het eindresultaat van de vins sous voile wordt gebotteld in de typische clavelin fles met een inhoud van 62 centiliter, precies wat er nog overblijft van één liter wijn na al deze jaren. Het eindresultaat is duur, erg speciaal en wordt vin jaune genoemd. Het is een bijzonder geconcentreerde wijn die dertig tot vijftig jaar oud kan worden en zeer goed combineert met kazen als comté of roquefort en moeilijke smaakcombinaties als canard à l’orange. De gewone witte bevat meestal chardonnay en een beetje savagnin maar neemt de speciale trekjes van de vin jaune vaak over omdat hij in dezelfde kelders bewaart wordt. Dit maakt hem zeer herkenbaar. De zoete vin de paille is zeldzaam en duur en wordt gemaakt van druiven die van oktober tot januari op stromatten liggen te verdrogen. Ze leveren een heel geconcentreerd sap op dat daarna tot vier jaar gisting in kleine vatjes ondergaat.

De rode wijnen worden gemaakt met pinot noir en de lokale druiven poulsard en trousseau. Dit geldt ook voor de rosé die nauw aanleunt tegen de rode wijnen en die zelfs wat kelderpotentieel bezit. Vooral die van lokale poulsard is erg lekker.

Arbois AOC: grootste appellation; zowel rood, rosé, wit, vin jaune en vin de paille; erg uiteenlopende kwaliteit

Château-Chalon AOC: meest prestigieuze appellation van de Jura (45ha); alleen vin jaune; kan tot 100 jaar oud worden

Côtes du Jura AOC: zowel rood, rosé, wit, vin jaune en vin de paille; typische Jura wijnen uit wijngaarden in 72 dorpen

Crémant du Jura AOC: frisse, sprankelende en over het algemeen nog goedkope schuimwijn; pas erkend in 1995

L’Etoile AOC: kleine appellatie met alleen witte wijnen, allen in de typische Jura stijl

7: Savoie

Dit buitenbeentje tussen de Franse wijnregio’s ligt vlakbij Zwitserland, op de eerste hellingen van de Alpen. Veel van haar wijnen zijn dan ook eerder Zwitsers dan Frans van karakter. Omdat de vele skiërs elke winter een groot deel van de produktie opdrinken wordt hij weinig geëxporteerd.

Er zijn twee regionale appellations en twee lokale. Twee rode en vier witte druiven maken er de dienst uit en worden meestal in mono-cépage gevinifieerd. De gamay wordt gebruikt voor jong te drinken wijnen à la Beaujolais maar de lokale mondeuse is interessanter en brengt karaktervolle kwaliteitswijnen voort. Voor wit is de jacquère de meest voorkomende druivensoort en er wordt frisse en lichte, jong te consumeren wijn mee gemaakt. Interessanter zijn de altesse waarmee men de erg typische roussette-de-savoie maakt en de roussanne. Met de chasselas worden wijnen gemaakt in de Zwitserse stijl.

Crépy AOC: alleen witte wijn van chasselas druiven

Vin de Savoie AOC: 70% witte wijn; 17 aparte cru’s in erg uiteenlopende stijlen maar bijna allemaal jong te drinken; de rode mondeuse wijnen zijn hierop de uitzondering en ze begeleiden uitstekend stevige schotels als wild of de lokale reblochon

Roussette de Savoie AOC: mono-cépage met de altesse druif; worden vaak te jong gedronken; lekker bij vis, wit vlees en beaufort kaas

Bugey VDQS: ooit een belangrijke wijnregio waar vandaag nog slechts 250 ha van rest; druivensoorten uit de Jura, de Savoie en de Bourgogne

7: Languedoc-Roussillon

De zonovergoten Midi met zijn mediterrane klimaat is één van de meest veelbelovende wijnregio’s van Frankrijk. Naast de nu al zeer grote verscheidenheid aan appellaties zijn er ook de talloze vins de pays waarmee naar hartelust wordt geëxperimenteerd. Het warme klimaat schept werkomstandigheden die doen denken aan landen als Spanje en de Nieuwe Wereld en komt zo perfect tegemoet aan de veranderde smaak van de consument die steeds meer overhelt naar fruitige kruidige wijnen zoals die hem tegemoet kwamen uit landen als Australië. De komst van twee nieuwe technieken heeft dit nog versneld. De eerste is de macération carbonique die maximale fruitigheid brengt, de tweede het gebruik van nieuwe eiken vaten. Bijna 40% van de Franse productie komt vandaag uit deze regio en ook buiten Frankrijk wint de regio steeds meer aan populariteit.

De Languedoc strekt zich onderaan in Frankrijk uit van de voet van de Pyreneeën tot aan de Rhône, nooit ver van de temperende invloed van de Middellandse Zee, over een zeer verschillend terrein met erg uiteenlopende ondergronden en klimaten (de hoeveelheid regen kan sterk verschillen). Montpellier, Narbonne en Carcassonne zijn de belangrijkste steden. De Roussillon strekt zich uit op een kleiner stuk rond Perpignan tot aan de Spaanse grens.

De aramon, de traditionele druif van de languedoc, die alleen wordt gebruikt voor tafelwijn, is sterk op de terugtocht ten voordele van de traditionele Languedoc druiven en nieuwkomers uit Bordeaux en Bourgogne. De belangrijkste Languedoc druiven zijn de carignan (voor de kleur en de structuur), de grenache (voor de warmte en het boeket), de syrah (tannines en aroma’s), de mourvèdre (elegantie en verouderpotentieel) en de cinsault (fruit en soepelheid). In wit zijn picpoul, bourboulenc, macabeu en clairette goed voor jong te drinken frisse wijnen, terwijl marsanne, roussanne en vermentino goed zijn voor de interessantere exemplaren. Voor schuimwijn wordt de lokale mauzac aangevuld met chardonnay en chenin.

Blanquette de Limoux AOC: klassieke schuimwijn met 90% mauzac; zeer droog

Blanquette Méthode Ancestrale AOC: 100% mauzac; oudste schuimwijn van Frankrijk; zeer licht, zeer fruitig

Crémant-de-Limoux AOC: klassieke schuimwijn, maar met minimaal 40% chardonnay of chenin en dus iets complexer

Limoux AOC: stille witte wijn met mauzac, chenin en chardonnay; enige houtrijping is verplicht, vaak aardige witte wijn

Clairette-du-Languedoc AOC: witte wijn met clairette, droog, halfzoet of zoet; jong te drinken, tenzij men houdt van de oxidatie toets die de wijn al snel ontwikkelt (rancio)

Corbières AOC: dankzij de macération carbonique nu fruitig en robuust, maar zeer uiteenlopend in stijl en kwaliteit; de hoofddruif is carignan maar syrah en mourvèdre winnen aan populariteit; een beetje kelderrust is goed maar het is geen echte bewaarwijn (maximum drie jaar na de oogst); zowel de witte als de rode worden beter en beter

Costières-de-Nîmes AOC: wit, rosé en rood (90%); zacht en kruidig, met carignan als hoofddruif maar met een stijgende populariteit van grenache, cinsault en syrah; jong te drinken maar aangenaam en smaakvol; grote kwaliteitsverschillen

Coteaux-du-Languedoc AOC: wit, rosé, maar vooral rood; dankzij nieuwe technieken en samenstellingen (meer syrah, mourvèdre en grenache) steeds leuker; jong te drinken (twee à drie jaar); er bestaan veertien cru’s die apart vermeldt worden na de appellation naam; ook de witte wordt nu beter en beter

Faugères AOC: vooral rood; meer en meer syrah en mourvèdre; gewoonlijk best na twee à drie jaar, tenzij er veel syrah en mourvèdre gebruikt werd, dan tot vijf jaar; gewoonlijk erg kruidig en fruitig;

Fitou AOC: oudste appellation van de Languedoc; kruidig en vol; onderscheid tussen Fitou-Maritime (licht en snel drinkklaar) en Fitou-des-Hautes-Corbières (veel syrah, krachtiger, iets meer bewaarpotentieel);

Minervois AOC: ook hier loopt de carignan terug en is de macération carbonique in opmars; meestal stevige, evenwichtige wijnen met aroma’s van rood fruit en pijnbomen; de vijf min of meer erkende zones verschillen nogal in sterkte

Minervois-la-Livinière AOC: sub-appellatie rond vijf gemeentes

Saint-Chinian AOC: het zuidelijke deel brengt volle, aromatische wijnen voor die enkele jaren kelder vragen, het noordelijke lichte, fruitige en jong te drinken wijntjes; sinds kort ook wit. Sub-appellations Berlou en Roquebrune

Cabardès AOC: geen klassieke Languedoc wijnen, met koeler en natter klimaat; klassieke Bordeaux druiven als merlot en cabernet worden hier vaak gebruikt

Côtes-de-la-Malepère AOVDQS: net als de Cabardès naast de grenache ook de klassieke Bordelese druiven

Côtes-du-Roussillon AOC: loopt van de Spaanse grens tot aan Corbières; zeer mediterrane wijnen; lichte, soms erg neutrale, maar soms ook erg avontuurlijke witte; aangename rosés; licht, fruitige en kruidige rode wijn met een goede prijs/kwaliteitsverhouding, steeds met 60% carignan en minimaal twee andere; macération carbonique wordt veel gebruikt

Côtes-du-Roussillon-Villages AOC: de beste wijngaarden (lagere opbrengsten, betere bodems); vier dorpen voegen hun naam toe (Caramany, Tautavel, Lesquerde en Latour-de-France); meestal volle, sappige wijnen met wat bewaarpotentieel dat een rijkelijk en soms complex boeket voortbrengt

Collioure AOC: zeer kleine appellation in Banyuls-gebied; kruidige, rijpe rode wijnen met grenache en mourvèdre; heeft bewaarpotentieel, jong vaak nogal té; rijke, geurige rosés; geen wit

Banyuls AOC: Vin Doux Naturel; zoete wijn op basis van oude grenache stokken in een zeer zonnig klimaat op uitermate arme bodems; zeer zoet en aromatisch en bekend als de enige wijn die een chocoladedessert aankan

Rivesaltes AOC: Vin Doux Naturel; warme, droge en zeer povere bodems; grenache en macabeu, zowel wit als rood; grote AOC, kan zowel op cuve als op fust gemaakt zijn wat een groot verschil maakt in de aroma’s; op de betere staat de aanduiding Hors d’Age

Muscat-de-Rivesaltes AOC: Vin Doux Naturel; 100% muscat; zeer zoete dessertwijnen voor bij taartjes, ijs en zelfs roquefort

Muscat-de-Frontignan AOC: VDN; kleinere AOC maar de oudste;

Muscat-de-Beaumes-de-Venise AOC: AOC; geurig en fijn en dus ook geschikt als zoete aperitiefwijn

Muscat-de-Lunel AOC: VDN; wat kleinere AOC

Muscat-de-Mireval AOC: VDN; fruitig en zoet

Muscat-de-St-Jean-de-Minervois AOC: VDN; kleinste van de zes

 

 

8: Provence

Nog meer zon dan in de Midi en eigenlijk een veelbelovende regio die echter nog sterk blijft steken in de productie van ongelooflijke hoeveelheden rosé en lichte rode zomerwijn, vaak afkomstig van grote wijngaarden op vlakkere terreinen met een veel te hoge opbrangst en direkt bestemd voor de massa toeristen die vooral prijs en niet kwaliteit zoekt. Er zijn erg veel coöperatieven die vlakke supermarktwijnen maken, maar meer en meer herontdekt men de oude kwaliteitswijngaarden in de bergen die veel meer potentieel hebben en beginnen individuele wijnboeren met druiven als de mourvèdre en de syrah stevige rode wijnen te maken die ze zelf vinifiëren en bottelen. Er is weinig witte, maar dat beetje is soms interessant, zeker als het van kleinere wijnboeren komt. De regio is in volle evolutie; eigenlijk is het een zee van oninteressante slobberwijn waarin af en toe pareltjes ronddrijven: ze zijn er, maar je moet ze zoeken.

Côtes-de-Provence AOC: erg grote appellation voor wit, rosé en rood in de meest uiteenlopende kwaliteiten; zeer veel oninteressante rosé, maar de betere begeleiden uitstekend de pikantere schotels van het zuiden als bouillabaisse (let op de gebruikte druiven); in rood bestaan er zowel super-lichte zomerwijntjes als stevigere exemplaren die zelfs wat keldertijd vragen; goede prijs/kwaliteitsverhoudingen zijn niet zeldzaam en vooral de domeinen die zelf bottelen de moeite

Cassis AOC: kleine, lokale appellation voor vooral witte wijn die een kruidige begeleider van de schotels van de streek is; bijna alles wordt ter plaatse geconsumeerd

Bellet AOC: minuscule maar originele AOC voor wit, rosé en rood, op de hellingen rond Nice; geen of nauwelijks export

Bandol AOC: één van de interessantste van de provence; vooral stevige, kruidige rode met de interessante mourvèdre als hoofddruif; krachtige en diepe bewaarwijn die pas na minimum vier jaar open mag en dan op zijn top is tussen de zes en de tien jaar; interessante, jong te drinken rosé

Palette AOC: zeer kleine appellation voor wit, rosé en rood; de rode is een kruidige bewaarwijn

Coteaux-d’Aix-en-Provence AOC: lichte, fruitige rosés, typisch voor de Provence; vooral rood, meestal stevig en zwoel maar wat boers, op zijn best na twee à drie jaar, maar absoluut geen bewaarwijn; grenache en cinsault als basis, naarmate syrah en cabernet toenemen ten voordele van carignan stijgt ook de kwaliteit

Les Baux-de-Provence AOC: rood en rosé, grenache, syrah en soms mourvèdre; lagere rednemente, minimum 12 maanden eik voor rood en dus een soort super-Coteaux-d’Aix-en-Provence; het is er iets koeler en natter dan in de rest van de Coteaux

Coteaux-Varois AOC: jong te drinken, aangename rode, rosé en witte wijntjes; de rode zijn fruitig en vol

 

9: Corsica

Dit eiland in de Middellandse Zee is voor een groot deel overdekt met bergen en het is precies daar dat de interessantere wijngaarden weer liggen. Er wordt vooral rood en rosé gemaakt, deels met druiven als carignan, grenache en cinsaut, deels met lokale druiven als de niellucciu en de sciacarello. In wit is de uitblinker de malvasia. De rosés zijn erg lekker jong, in combinatie met een geitekaasje, de rode wijnen hebben wat bewaarpotentieel. De landwijnen van Corsica worden Vin de Pays de l’Ile de Beauté genoemd.

Vins-de-Corse AOC: rood en rosé en afkomstig van ongeveer het hele eiland; zeer uiteenlopend in stijl, maar meestal jong te drinken slobberwijn gemaakt door een coöperatieve; de beste kregen de naam van een dorp aangeplakt (Calvi, Coteaux-du-Cap-Corse, Figari, Sartène en Porto-Vecchio)

Ajaccio AOC: kleine appellatie rond de gelijknamige stad; vooral rood met een overwicht van niellucciu die pas geopend mag worden na een drietal jaar

Patrimonio AOC: wijngaarden aan de noordkust; witte met vermentinu, rosé en rood met niellucciu;

Muscat-du-Cap-Corse AOC: Vin Doux Naturel op basis van muscat; beperkte produktie

10: Le Sud-Ouest

Deze grote en opnieuw erg diverse wijnregio loopt van de grenzen van Bordeaux tot aan de Spaanse grens en beslaat ongeveer de oude provincie Gascogne. Ze is buiten Frankrijk ten onrechte tamelijk onbekend. Een groot deel van de regio moest historisch gezien vertrouwen op de Bordelese havens om te exporteren en zeer lang lieten de Bordelezen dit pas toe nadat hun eigen volledige oogst vertrokken was. Zelfs dan werd een groot deel gebruikt om te vermengen wanneer de Bordeaux wat te dun uitviel of werd de wijn van bijvoorbeeld de Bergerac (voor het AOC systeem bestond) verkocht als Bordeaux. Dit heeft geleid tot appellations die dezelfde druiven gebruiken als de Bordeaux maar ook tot het (gelukkig) bewaren van veel oude druivensoorten omdat de Gascon bij gebrek aan regelmatige export altijd een groot consument is geweest van de eigen wijnen. De lijst is lang maar de bekendste zijn de manseng, tannat, négrette, duras, mauzac, fer-servadou, arrufiac en andere. De vele appellations die rond deze onbekende druivensoorten gebouwd zijn maken de Sud-Ouest één van de interessantere wijnregio’s van Frankrijk. De historische onbekendheid heeft vandaag nog andere voordelen. Jonge wijnmakers kunnen hier nog een stuk grond of een oude wijnboerderij betalen en deze schieten dan ook uit de grond in een grote herwaarderingsgolf die door de regio spoelt. Ook de coöperatieven zijn wakker geschoten en beginnen meer en meer hun eigenheid te benadrukken in plaats van het zo goed mogelijk kopiëren van de Bordeaux. Voor de consument is deze onbekendheid voorlopig nog de reden waarom de wijnen uit deze regio een vaak zeer goede prijs-kwaliteitsverhouding hebben.

Cahors AOC: één van de oudste van Frankrijk en ooit de wijn van de tsaren en de orthodoxe kerk, bij de Engelsen beter bekend als black wine; de hoofddruif is de oude malbec of cot, aangevuld met merlot en tannat; robuuste, donkere bewaarwijnen die jong gedronken kunnen worden, zich dan enkele jaren compleet kunnen sluiten, maar dan rond en harmonisch terugkomen met aroma’s van specerijen en kreupelhout; ze komen ergens tussen de vijf en de tien jaar op hun top; uitstekende begeleiders van wild of paddestoelen; sommige wijnbouwers werken ook in een lichtere stijl en deze zijn jong te drinken, ze bevatten wat meer merlot dan de andere

Coteaux-du-Quercy AOVDSQ: rood en rosé, erkend als VDQS sinds 1999; tusse Cahors en Gaillac; genereuze en interessante wijnen door de mengeling; cabernet franc als hoofddruif (60%), tannat, cot, gamay of merlot als mengdruif (maximum 20%)

Gaillac AOC: zeer diverse AOC waar niet minder dan vijf witte en zeven rode druivensoorten zijn toegelaten; de beste witte bevat vooral mauzac en bestaat als stille wijn, parelende wijn of schuimwijn, droog, halfzoet of zoet; de rosés zijn licht en simpel, de rode zijn meestal geurige bewaarwijnen met een eigen stijl die wat afhangt van de mengeling; wanneer duras en braucol de hoofdrol spelen eisen ze toch wel eerst enkele jaren kelder

Buzet AOC: vroeger een verlengstuk van de Bordeaux maar door de phylloxera crisis bijna volledig weggevaagd; sinds de jaren 50 in volle renaissance met vooral stevige, zijdezachte rode wijnen die in alle opzichten meekunnen met de Bordeaux maar die veel goedkoper zijn; soms veel wijn voor belachelijk weinig geld; de beste zijn ook echte bewaarwijnen

Côtes-du-Frontonnais AOC: de hoofddruif is hier de négrette, ondersteund door een zestal andere soorten; naargelang het belang van de négrette groter is verandert het karakter, van licht en fruitig, tot stevig en opmerkelijk anders dan andere (anijs-aroma’s); de négrette oxideert gemakkelijk, dus geen bewaarwijn; goede prijs/kwaliteitverhouding

Lavilledieu AOVDQS: rood en rosé; beperkte produktie; mengeling van négrette en vier andere druiven

Côtes-du-Brulhois AOVDQS: rood; meestal met klassieke bordelese druivensoorten; vooral door enkele coöperatieven

Côtes-du-Marmandais AOC: droge, fruitige witte; aangename en soepele, jong te drinken rode, vaak in de Bordelese stijl

Vins d’Estaing AOVDQS: frisse, geurige rode wijn, levendige en originele witte; erg klein in oppervlak

Vins d’Entraygues et du Fel AOVDQS: fruitige witte op basis van chenin en mauzac; de rode zijn stevige terroirwijnen

Marcillac AOC: erg originele, herkenbare rode wijn op basis van mansoi (fer servadou); moet jong gedronken worden; past zeer goed bij roquefort kaas

Côtes-de-Millau AOVDQS: syarh en gamay zijn hier de hoofddruiven; levendige en soepele, jong te drinken wijn

Béarn AOC: fluweelzachte rosé, stevige, pittige rode; beide zijn fris en jong te drinken

Irouléguy AOC: levendige, lichte rosé; rode wijn op basis van cabernet (sauvigon en franc) en tannat, tanninerijk en geparfumeerd, vaak erg kruidig; nogal uiteenlopend in stijl; interessante witte

Jurançon AOC: zoete witte wijn met soms erg exotische aroma’s, lang geleden de wijn van de Franse koningen en in heel Europa populair; erg origineel, op basis van courbu, gros en petit manseng; kan erg oud worden

Jurançon Sec AOC: droge versie, meestal aromatisch met wat honing-toetsjes; uitstekend bij forel en zalm

Madiran AOC: stevige, viriele rode wijn; op basis van vooral tannat; na wat jaren in de kelder worden het sensuele begeleiders van wildschotels; na vier à tien jaar zijn ze op hun top

Pacherenc-du-Vic-Bilh AOC: zeer aromatische, interessante witte wijnen, afhankelijk van het jaar droog dan wel zoet; zeer goed aperitief (droog) of uitstekende begeleider van foie gras (zoet)

Tursan AOVDQS: wit, rosé en rood; originele, nerveuze witte op basis van de baroque druif; volle maar wat doordeweekse rode

Côtes-de-Saint-Mont AOVDQS: wit, rosé en rood; de witte is droog en wat nerveus, de rosé is meestal vol en fruitig; de rode mag één à twee jaar de kleder in en komt daar dan vol en rond uit

Bergerac AOC: rood; het Dordogne alternatief voor Bordeaux, zeer gelijkend in stijl maar véél goedkoper; wijngebied in crisis (vooral op marketing vlak); mits enige zoekinspanning én van de leukere Franse regio’s voor de niet al te kapitaalkrachtige amateur

Bergerac Rosé AOC: fruitig en leuk

Bergerac Sec AOC: zoals bij de rode vaak zeer leuke prijzen; kan droog en nerveus zijn maar ook eikgerijpt en vol

Côtes-de-Bergerac AOC: deze rode Bergerac’s zijn rijker en steviger varianten en gemaakt met geselecteerde wijnstokken; groter bewaarpotentieel, meer power, complexer; drie à vier jaar kelder lijkt angeraden

Côtes-de-Bergerac Moelleux AOC: soepele zoete witte, meestal zéér goedkoop, soms goed

Monbazillac AOC: ofwel jong te drinken lichtzoete aperitiefwijn ofwel rijke botrytis wijnen die gemakkelijk tien jaar of langer kunnen rijpen; deze onduidelijkheid doet de AOC commercieel meer en meer de das om

Montravel AOC: fruitige en zachte witte

Côtes-de-Montraval AOC: lichtzoete versie

Haut-Montravel AOC: likeurversie met laat geplukte druiven

Pécharmant AOC: donkere, geconcentreerde bewaarwijnen; jong vaak te bitter, pas na enkele jaren echt interessant

Rosette AOC: piepkleine AOC voor halfzoete witte

Saussignac AOC: kleine appellatie voor halfzoete (moelleux) of zoete (liquoreux) wijn die op zijn best is tussen de vijf à tien jaar oud

Côtes-de-Duras AOC: klassieke wijnen in de Bordeaux stijl, met dezelfde druiven; wit, rosé en rood; interessante prijs/kwaliteit, zeker voor de witte

11: Loire

Deze regio, de jardin de France, is goed voor ongeveer 10% van de Franse wijnproductie. Zeker in het buitenland is de Loire vooral bekend voor zijn grote witte wijnen uit Sancerre, Pouilly-Fumé of Vouvray. Voor de Fransen is het ook de streek waar veel jong te drinken rode wijn vandaan komt die men fris drinkt op een terrasje of bij een zomerse maaltijd. Grosso modo onderscheid men vier grote delen: Le Pays Nantais, Anjou-Saumur, La Touraine en Le Centre. Het klimaat is eerder noordelijk en erg wisselvallig wat grote verschillen in de jaargangen kan voortbrengen. De meeste hier gebruikte druiven komen oorspronkelijk uit de Bourgogne of de Bordeaux, maar de chenin blanc kent haar hoogtepunten in de Loire, zowel in stille als zoete wijnen.

Regionale AOC’s:

Rosé-de-Loire AOC: regionale AOC voor droge, gulle rosés; jong en fris drinken

Crémant-de-Loire AOC: fruitige, aangename schuimwijn

La Région Nantaise:

Muscadet AOC: droge, nerveuze witte wijn, een goed apritief, een excellente begeleider van zeevruchten; gemaakt met de melon druif; moet fris, maar niet te koud worden gedronken (8 à 9°C); de aanduiding sur lie slaat op het feit dat de wijn gebotteld wordt op de plaats van vinificatie, recht uit vat of tank; dit maakt ze ietwat sprankelend, geurig en fris; overproductie maakt dat er ook veel rommel op de markt is

Muscadet-Sèvre-et-Maine AOC: grootste AOC en normaal gezien ook iets beter van kwaliteit dan de gewone Muscadet

Muscadet-Côtes-de-Grand-Lieu AOC: kleine AOC, sterk gelijkend

Muscadet-Coteaux-de-la Loire AOC: idem

Gros-Plant AOVDQS: droge, erg frisse, nogal zure witte, een goede begeleider van zeevruchten; afkomstig van de folle-blanche druif; meestal sur lie gebotteld

Fiefs-Vendéens AOVDQS: wit, rosé en rood; jong te drinken, fruitige wijnen op basis van minimaal 50% gamay

Coteaux-d’Ancenis AOVDQS: kleine AOC met vooral fruitige rode op basis van gamay

Anjou-Saumur:

Anjou AOC: deze regionale appellation was ooit bekend voor zijn zoete witte van chenin druiven, maar de tendens slaat nu over naar droog; de rode lijkt wat op een boerse beaujolais en moet fris gedronken worden; als er cabernet in zit kan hij iets voller en interessanter zijn; grote kwaliteitsverschillen komen voor

Anjou-Gamay AOC: lichte rode karafwijn die binnen het jaar moet worden gedronken op ongeveer 12°C

Anjou-Villages AOC: alleen de beste gronden; alleen rood, droog en fruitig; goede begeleider van plattelandsgerechten; mag enkele jaren in de kelder doorbrengen

Anjou-Villages-Brissac AOC: sinds 1998 een eigen AOC voor tien dorpen wat dichterbij de rivier

Rosé-d’Anjou AOC: lichte halfdroge rosé van de grolleau druif, erg uit de mode vandaag

La Touraine:

Cabernet d’Anjou AOC: halfdroge rosés van de cabernet druif; goede begeleider van een voorgerecht met meloen

Coteaux-de-l’Aubance AOC: een zoete witte wijn van chenin druiven van hoge kwaliteit; een bewaarwijn bij uitstek

Anjou-Coteaux-de-la-Loire AOC: kleine appellatie voor halfzoete, soms wat rokerige witte

Savennières AOC: droge witte wijnen van de chenin druif; uitstekend bij zoetwatervis als snoek; de beste (van de cru’s roche-aux-moines en coulée de serrant) zijn jong droog en vief, gaan dan een mindere periode door en herrijzen pas na acht of tien jaar wanneer ze erg speciaal worden

Coteaux du Layon AOC: halfzoete of zoete wijn van de chenin druif; ze geuren naar honing en acacie en kunnen erg oud worden; jong zijn ze fruitig en fris maar ze worden complexer met de jaren; goede begeleiders van blauwe kaas en ganzelever

Bonnezeaux AOC: een grote likeurwijn met veel bewaarkwaliteit; jong is het een frisse en aromatische aperitiefwijn, op leeftijd wordt hij zoet en zeer rijk; schitterende dessertwijn

Quarts de Chaume AOC: oude wijnstokken op de beste grond van de Savennières; zoet, met een goede zuurstructuur; kan erg oud worden

Saumur AOC: momenteel vooral steeds beter wordende schuimwijn, een zeer geschikt aperitief; de witte is gemaakt met de chenin blanc druif en past goed bij riviervis; de rode van cabernet franc wordt vaak fris en jong gedronken, maar is meer naar onze smaak na enkele jaren kelder wanneer hij wat voller en ronder wordt

Coteaux-de-Saumur AOC: kleine appellatie voor halfzoete chenin wijnen

Saumur-Champigny AOC: lichte, fruitige cabernet franc wijnen, zeer populair in Parijs; zowel jong (en fris) als wat ouder wanneer hij wat voller is geworden

Touraine AOC: regionale appellation voor wit, rosé en rood; droge witte sauvignon wijnen; droge, fruitige rosés; veel rode gamay wijn, jong te drinken; indien er cabernet franc en/of cot aan te pas kwam een wat langere levensduur

Touraine-Noble-Joué AOC: zeer kleine appellation die een historische vin gris (rosé) terug in het leven roept;

Touraine-Amboise AOC: rosé en rood; volle, meestal jong te drinken wijn met gamay, cabernet franc en cot

Touraine-Azay-le-Rideau AOC: droge witte chenin wijnen met bewaarpotentieel; droge en aangemane rosé van grolleau en enkele andere druiven

Touraine-Mesland AOC: vooral goede rode op de klassieke Touraine manier; droge witte en rosé

Bourgeuil AOC: rood en echte cabernet franc wijnen; de mindere zijn peperig en vegetaal en moeten jong en fris gedronken worden; de betere mogen zeker vijf tot tien jaar kelderen, met twintig à dertig jaar voor de beste

Saint-Nicolas-de-Bourgeuil AOC: iets lichter dan de gewone Bourgeuil

Chinon AOC: fruitige, frisse rosé voor bij charcuterie; de rode is ofwel jong en fris te drinken, ofwel een echte bewaarwijn die pas na een vijftal jaren openbloeit; typische cabernet franc wijn: net als in de Bourgeuil weerstaan de beste aan decennia in de kelder

Coteaux-du-Loir AOC: kleine, ooit bijna verdwenen AOC voor witte chenin, leuke rosé en lichte, fruitige rode

Jasnières AOC: het beste stukje van de Coteaux-du-Loir; alleen witte chenin, in grote jaren groots maar altijd een verrassing vanwege zijn relatieve zeldzaamheid

Montlouis-sur-Loire AOC: levendige droge of halfzoete witte chenin wijnen die een tiental jaar oud kunnen worden

Vouvray AOC: witte chenin wijnen die zowel stil als schuimend kunnen zijn; hij kan zowel droog of zoet zijn en dit wordt deels bepaald door de weersomstandigheden van het oogstjaar; wordt interessanter naarmate hij ouder wordt (een tiental jaar)

Cheverny AOC: wit, rosé en rood en pas een aparte AOC sinds 1993; nogal florale droge witte, droge en aromatische rosés; rode wijn op basis van gamay en pinot noir, fruitig wanneer jong en dierlijker wanneer wat ouder

Cour-Cheverny AOC: witte wijn op basis van de romorantin druif, krachtig en aromatisch

Orléans AOVDQS: kleine historische AOC voor witte chardonnay en erg originele rosé’s en rode wijnen op basis van pinot meunier;

Orléans-Cléry AOC: alleen rode op basis van cabernet franc

Coteaux-du-Vendomois AOC: AOC sinds 2001; vooral bekend voor zijn zeer lichtgekleurde rosé die men vin gris noemt en die een wat peper-achtig aroma heeft; wat witte chenin en steeds meer rode op basis van vier druiven, met de pineau d’Aunis als hoofddruif

Valençay AOC: jong te drinken witte (sauvignon) en rode (gamay, cabernet, cot, pinot noir) wijnen

Haut-Poitou AOVDQS: vooral witte sauvignon en rode gamay, beiden jong te drinken

Les vignobles du Centre:

Châteaumeillant AOVDQS: vooral vin gris op basis van gamay; de rode maakt gebruik van de zelfde druif en dient eveneens jong en fris te worden gedronken

Côtes-d’Auvergne AOVDQS: witte chardonnay wijnen, rood en rosé met gamay en pinot noir, jong en fris te drinken bij de lokale charcuterie of een eenvoudige plattelandsschotel

Côtes-du-Forez AOC: sinds 2002 erkend als AOC; jonge, fruitige gamay wijnen

Coteaux-du-Giennois AOC: witte sauvignon wijnen; lichte, fruitige en nogal originele rode met gamy en pinot noir; echte terroir wijnen die tot maximum vijf jaar kelder verdragen

Côte-Roannaise AOC: vooral rode gamay wijn, over het algemeen fruitig en licht en fris te drinken

Saint-Pourçain AOC: charmante rosé en rode met gamay en pinot noir; erg originele witte op basis van de lokale tressallier, die in assemblage met sauvignon en chardonnay erg origineel wordt

Menetou-Salon AOC: erg mooie, frisse witte sauvignon wijnen met een typische kruiden-toets; delicate rosé, sympathieke en jong te drinken rode (pinot noir)

Pouilly-Fumé AOC: droge en frisse witte sauvignon wijnen, met aroma’s die erg typerend zijn voor de druif wanneer ze op kalkgrond groeit; fumé slaat op een waas die zich op de druiven vormt; aperitief, zeevruchten of geitekaas

Pouilly-sur-Loire AOC: zeer aromatische witte op basis van chasselas, uitverkoren voor de kleine stukjes grond die eerder vuursteen dan kalk bevatten

Quincy AOC: witte sauvignon maar deze keer op een ondergrond van zand en kiezel en dus een mooi voorbeeld van hoe de ondergrond mee de smaak bepaalde; elegant en fruitig

Reuilly AOC: droge fruitige maar erg volle sauvignon wijn; interessante rosés van pinot gris of pinot noir; leuke fruitige rode, eveneens van pinot noir

Sancerre AOC: het meest bekend voor zijn fruitige, frisse witte, de perfecte begeleider van een geitekaasje uit de streek; uitstekende, gulle rosé van pinot noir; rode pinot noir die vooral in de warmere jaren goed ontwikkeld is en dan geurt naar kersen en bramen

12: Rhône

De oudste wijnregio van Frankrijk is zowel bekend voor topkwaliteit als Hermitage als voor zijn grote hoeveelheden eenvoudige lichte rode wijn. Haar populariteit bereikte een piek in de jaren tachtig en negentig maar is vandaag wat teruggelopen te voordele van de nieuwkomers uit de Languedoc die dichter bij de Nieuwe Wereld stijl liggen. Wanneer men echter de Nieuwe Wereld zelf bekijkt valt het op dat er eigenlijk maar twee rode stijlen zijn die wereldwijd worden gekopieerd, namelijk die van de Bordeaux en die van de Rhône (met de syrah druif).

Ter plaatse moet een groot verschil worden gemaakt tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Rhône. Heel grof geschetst is het noorden het gebied van de syrah als enige toegelaten rode druif, met de viognier en het duo marsanne en roussanne voor wit, terwijl in het zuiden één enkele hoofddruif, de grenache, wel de hoofdrol speelt, maar die bijna steeds gemengd wordt met een tiental andere soorten). Het Noordelijke klimaat is continentaal en dus wat gematigd, in het zuiden is het klimaat duidelijk mediterraan van inslag. De grootste wijngaarden liggen in het Zuiden, de beste (of duurste) eerder in het Noorden.

Côtes-du-Rhône AOC: regionale appellatie met bijna 96% rood; meer dan de helft (ong 65%) wordt gemaakt door coöperatieven; erg uiteenlopende stijlen, van zeer fruitige en in de eerste maanden na botteling te drinken primeurwijnen, over fruitige, lichte wijnen naar stevige, rijke bewaarwijnen; grenache is altijd de hoofddruif met minimaal 40%, maar tenzij haar opbrengst streng onder controle werd gehouden moet er syrah en/of mourvèdre worden aan toegevoegd; de volledige AOC beslaat bijna 43000 ha, goed voor 80% van het hele Rhône gebied

Côtes-du-Rhône-Villages AOC: verzamelt een aantal dorpen waar de wijngaarden wat beter zijn en waar men ook bindende afspraken heeft gemaakt rond rendementen en kwaliteiten; 70 gemeentes maken hun wijn onder de naam Villages, 16 andere mogen hun naam er aan toevoegen; het zijn sappige, kruidige rode wijnen die gewoonlijk tussen de vier à vijf jaar kelder appreciëren; er bestaat een beetje wit

Vinsobres AOC: vroeger één van de Villages, sinds 2000 een aparte aoc. Alleen rood, met vooral syrah en grenache. Zeer fruitig en fris, minder kruidig dan de andere

Côte-Rôtie AOC: zeer nobele syrah wijnen waaraan vaak een beetje (tot 20%) viognier wordt toegevoegd; delicate, fijne wijnen met lange afdronk uit wijngaarden die op zeer steile hellingen liggen en erg moeilijk te bewerken zijn (en dus duur); men onderscheid de Côte Blonde (eerder fijn) en de Côte Brune (iets steviger)

Condrieu AOC: één van de grote witte wijnen; op basis van viognier; zeer aromatisch, vol en vet en toch fris; jong te drinken, duur en tamelijk zeldzaam, maar eigenlijk een must voor elke kenner

Saint-Joseph AOC: elegante, niet te zware rode syrah wijnen; kleine maar interessantie productie in wit met marsanne en roussanne, jong te drinken en gelijkend op de grote witte Hermitage wijnen

Crozes-Hermitage AOC: grootste Noordelijke AOC, met wijngaarden op het grondgebied van elf gemeentes rond Tain-l’Hermitage die iets gemakkelijker liggen dan die van de Hermitage zelf; rijkere gronden en dus fruitiger en minder krachtig, maar toch nog altijd zeer lekker (en veel betaalbaarder); tussen de drie en de zes jaar op zijn hoogtepunt; droge, frisse, jong te drinken witte die perfect past bij zoetwatervis

Hermitage AOC: relatief kleine AOC, maar één van de grote rode bewaarwijnen van de wereld; pas na vijf à tien jaar drinkbaar, daarna zeer rijk en aromatisch; sommiger exemplaren zijn pas na twintig jaar op hun top; syrah-monocépage; witte Hermitage is al even legendarisch en heeft hetzelfde rijpingspotentieel; soepele, vette witte wijn met roussanne en marsanne; zowel wit en rood zijn duur

Cornas AOC: viriele, tanninerijke wijn die pas na drie jaar enigszins drinkbaar wordt en topt ergens tussen zijn vijf en zijn tien jaar; dan is het een fruitige en kruidige wijn voor bij wild

Saint-Péray AOC: erg kleine AOC voor één van de meest verfrissende schuimwijnen van Frankrijk

Gigondas AOC: bekend als Chateauneuf-du-Pauvre; een krachtige, aromatische en fruitig-kruidige wijn die jong vaak erg gesloten en hard is en minimaal een jaar of vijf moet verzachten; daarna uitstekend bij wild; hoofddruif grenache

Vacqueyras AOC: stevige maar stijlvolle broetjes van Gigondas, iets goedkoper, iets vroeger drinkbaar maar zeker ook gebaat bij drie à tien jaar kelder; aangename rosé

Châteauneuf-du-Pape AOC: al een appellation sinds 1931 en één van de oudste van Frankrijk; dertien druivensoorten mogen maar grenache is altijd de hoofddruif; stevige, complexe wijnen die baat hebben bij drie à vijf zes jaar kelder; de beste halen moeiteloos de twintig jaar; de nieuwe stijl is wat meer gericht op snellere drinkbaarheid; originele, kruidige witte wijnen

Lirac AOC: wit, rosé en rood; jong en fris te drinken wit en rosé, goed bij alles wat uit de Middellandse Zee komt; de rode is een kruidige terroirwijn met nogal uitgesproken smaken die na zes à zeven jaar piekt

Tavel AOC: alleen rosé en indien goed gemaakt zou dit de beste rosé van Frankrijk moeten zijn; fruitige, florale begeleider van charcuterie of gevogelte; nogal wat kwaliteitsverschillen

Clairette-de-Die AOC: één van de oudste wijnen van de wereld; schuimwijn op basis van muscat en clairette volgens de méthode dioise ancestrale, een veel oudere methode dan die van de champagne; zeer fruitig en lage alcoholgraad

Crémant de Die AOC: gemaakt met de clairette druif volgens de klassieke methode zoals in de Champagne

Châtillon-en-Diois AOC: zeer kleine AOC voor frisse witte of lichte, fruitige rode gamay wijnen

Coteaux-du-Tricastin AOC: wit, rosé en rood; lichte frisse zomerwijntjes voor bij de barbecue

Côtes-du-Ventoux AOC: rosé en rood; elegantere, lichtere en jonger te drinken variant van de Côtes-du-Rhône; past zeer goed bij gegrilde vis, kip, slaatjes en charcuterie, kortom alles wat er in de hoogzomer op de tafel verschijnt; vaak goede prijs/kwaliteitsverhouding

Côtes-du-Lubéron AOC: wit, rosé en rood; een goede reputatie voor interessante witte; rosé en rood leunen dicht aan bij de Ventoux-stijl

Coteaux-de-Pierrevert AOC: sinds 1998 eigen AOC; wit, rosé en rood; lichte wijntjes, vooral populair bij doortrekkende toeristen

Côtes-du-Vivarais AOC: rosé en rood, AOC sinds 1999; fris en jong te drinken

Rasteau AOC: Vin Doux Naturel; kleine AOC met zoete grenache wijnen

Italië en zijn DOC's-ymg

Italië en zijn DOC’s

 

Met niet minder dan 1 miljoen wijnproducenten is Italië niet alleen het grootste maar ook het meest gediversifieerde wijnland ter wereld. In tegenstelling tot Frankrijk was het echter historisch gezien nooit gericht op export maar op de lokale markt waar elke regio, elke streek en soms zelfs elk dorp zijn eigen wijntraditie heeft met zijn eigen methodes, druiven (meer dan 300 verschillende) en stijlen. Ook de consumptie bleef lokaal zodat de gemiddelde Italiaan weliswaar een groot consument van wijn was maar er nauwelijks van dronk indien hij uit een andere regio kwam. Deze factoren maakten dat Italië nooit de faam kreeg van zijn Franse buur alhoewel zijn wijnen vaak even interessant waren. Pas de laatste decennia kregen de grote Italianen ook buiten het eigen land erkenning en ze zijn even duur als hun Franse collega’s geworden. De grote kracht van Italië is echter waarschijnlijk dat het precies door het bewaren van die eigen identiteit voor de wijnliefhebber die op zoek is naar nieuwe dingen één van de meest interessante landen is. Laat ons niet vergeten dat het de Romeinen waren die de wijnbouw naar Frankrijk brachten en dat men in Italië dus effectief terugblikt op meer dan tweeduizend jaar wijngeschiedenis.

De ruggegraat van de Italiaanse wijn is het DOC (Denominazione de Origine Controllata) systeem dat in 1963 werd ingevoerd in navolging van het Franse AOC systeem. Er waren echter twee grote verschillen : het DOC systeem hield nog meer dan in Frankrijk rekening met lokale tradities, goed of slecht, en het is een veel starrer systeem dat geen evolutie toelaat en geen rekening hield met technologische wijzigingen of veranderingen op de markt. Op het einde van de jaren negentig bleek het dan ook verantwoordelijk voor het instandhouden van slechte gewoontes en kreeg het meer en meer kritiek. Alhoewel men nog steeds kan zeggen dat het vele lokale wijnen heeft gered van bijna zekere verdwijning, heeft men het vandaag door de invoering van flexibelere systemen sterk gemoderniseerd. Sinds 1992 werd een nieuw reglement ingevoerd.

Aan de basis ligt de Vino da Tavola die alleen de kleur en het jaar vermeld. Daarna volgt de IGT of Indicazione Geografica Tipico, een beetje vergelijkbaar met de vin de pays, waarvan er nu een 120 bestaan. Hier mag de herkomst (kan een regio maar ook een dorp zijn), het jaar en de gebruikte druivensoort vermeld worden. Het DOC en DOCG systeem werd vernieuwd door de invoering van geregelde controles en door de toelating om onderverdelingen te maken met subzones, gemeentes en zelfs specifieke stukken grond of wijngaarden.

Italië blijft ondanks alle inspanningen tot gecatalogiseer één van de meest versnipperde wijngebieden van de wereld maar het is precies in deze diversiteit dat vandaag haar belang ligt. De combinatie tussen lokale tradities, onbekende druivensoorten, heerlijk geëxperimenteer en serieuze investeringen maken van Italië momenteel één van de leukste wijnlanden ter wereld.

Het is erg moeilijk om regionale stijlen aan te duiden zoals in Frankrijk maar men volgt ongeveer de departementen. In grote lijnen bestaan er drie stijlen : die van Noord-Italië, vaak wat lichter en eleganter, en voor het noordoosten eigenlijk echte bergwijnen zoals men ze eerder in het Noorden en het Centrum van Europa vindt, het midden met de grote chianti traditie en de smaken die wij als typisch Italiaans ervaren en het warme zuiden met de stevige, donkere en kruidige krachtpatsers die typisch zijn voor de Middellandse Zee. Aan deze generalisaties mag je je echter niet vastklampen : Italië is een te gedifferentieerd wijnland om dit te doen.

Enkele noodzakelijke wijntermen :

A : Noord Italië

1 : Trentino - Alto Adige

In het voormalige Süd-Tirol, pas sinds 1919 onder Italiaanse heerschappij, worden monocépages gemaakt die meer met de Duitse dan met de Italiaanse manier van wijn maken te doen hebben. Op de rode Lagrein en Schiava na zijn de interessantste de witte die van de hoger gelegen gebieden komen. Zo goed als alle druiven hebben hier zowel een Italiaanse als een Duitse naam. Trentino is veel Italiaanser qua karakter, met veel lager gelegen wijngaarden en met over het algemeen jonger te drinken wijnen met hogere opbrengsten.

Alto Adige DOC : Süd-Tirol ; wijngaarden op moeilijk te bewerken hellingen ; monocépages in wit, rosé en rood, waarvan de witte met Duitse druiven gemaakte de beste zijn ; in rood zijn lagrein en vernatsch interessant ; de volgende witte varianten zijn momenteel in gebruik : weissburgunder (pinot bianco), riesling (riesling renano), sylvaner, müller-thurgau, welschriesling (riesling italico), rülander (pinot grigio), sauvignon blanc, gewürztraminer (traminer aromatico), goldenmuskateller (moscato giallo), chardonnay ; in rood zijn het lagrein, merlot, cabernet sauvignon, blauburgunder (pinot nero), malvasier (malvasia), vernatsch (schiava), grauvernatsch (schiava grigia); de toevoeging kretzer of rosato duidt op de rosé variant, de toevoeging dunkel of scuro op de rode

Caldare DOC: ook bekend als Kalterersee; zachte, fruitige, fris te drinken rode

Casteller DOC: droge of lichtzoete bewaarwijn op basis van schiava en tot 20% van andere soorten; zowel rood als rosé

Colli di Bolzano DOC: ook bekend als Bozner Leiten; zachte, fruitige rode op basis van vooral schiava

Meranese di Collina DOC: ook bekend als Meraner Hügel; fruitige, sappige schiava

Santa Maddalena DOC: ook bekend als Sankt Maddalener; zacht met een typisch bittertje op basis van schiava; bewaarpotentieel

Sorni DOC: frisse witte met nosiola en müller-thurgau; fijne en aromatische schiava

Terlano DOC: ook bekend als Terlaner; alleen wit; naast een leuke bianco van verschillende druiven, vooral verschillende frisse, aromatische monocépages, ideaal als aperitief

Teroldego Rotaliano DOC: rode wijn van de inheemse teroldego; ofwel jong ofwel oud (acht à tien jaar) te drinken, in de tussentijd erg gesloten;

Trentino DOC: lager gelegen hellingen dan Alto Adige; de Bianco is een mix van chardonnay en pinot bianco, de Rosso van cabernet en merlot; daarnaast zijn verschillende mono-cépages toegelaten, waar bij in wit vooral chardonnay en de inheemse nosiola interessant zijn; in rood is schiava de populairste

Valdadige DOC: een generieke, overkopelende DOC; naast een frisse en aromatische bianco en een friszure rosso van vooral schiava, zeer veel monocépages, sterk uiteenlopend in stijl en kwaliteit

Valle Isarco DOC: ook bekend als Eisacktaler; omgeving Bolzano; fris en subtiel, in dezelfde druivensoorten als de Alto Adige

Valle Venosta DOC: ook bekend als Vinsschgau; frisse en fruitige witte en rode mono-cépages als in Valle Isarco; iets dierlijkere schiava

2 : Friuli – Venezia Giulia

Deze regio ligt in het Noordoosten van Italië, tegen de Sloveense grens en is het bekendst voor zijn groot aantal mono-cépage wijnen uit de heuvels die tegen deze grens aanleunen. Vooral in wit zijn er zeer originele en lekkere wijnen terug te vinden, alhoewel er ook in rood enkele originele wijnen (vooral schiopettino en refosco) te vinden zijn. De regio kent ook massaproductie van aangenaam drinkbare en goedkope doordeweekse wijntjes van specifieke druivensoorten die voor wie iets van druiven kent toelaat om ze goed te combineren met schotels (pinot grigio en kip bijvoorbeeld).

Annia DOC: eenvoudige witte en rode wijnen uit de kustrstreek

Carso DOC: pittige witte malvasia wijn, droge rode op basis van terrano, een refosco-kloon

Colli Goriziano DOC: heuvels rond Gorizio; vergelijkbaar met Colli Orientali

Colli Orientali del Friuli DOC: onder deze DOC vallen een twintigtal mono-cépage wijnen die variëren van heel doordeweeks tot zeldzaam en opwindend; sommige zijn gemaakt van druiven waar geen mens van gehoord heeft en smaken heel apart

Collio DOC: uit deze heuvels langs de Sloveense grens met hun kalkrijke ondergrond komen heel mooie witte mono-cépages, ook hier variërend van doordeweeks tot zeer speciaal; de Collio Bianco is een blend van malvasia, tocai friulano en ribolla en is fris en aromatisch; de Colllio Rosso is een zachte cabernet-merlot blend;

Friuli-Aquileia DOC: meest zuidelijke; doordeweekse maar lekkere mono-cépages à la Collio, misschien iets minder karaktervol

Grave del Friuli DOC: grote grindvlakte in het binnenland; massaproductie van doordeweekse maar wel aangename en goedkope witte en rode

Friuli Latisana DOC: kustvlakte langs Adriatische Zee; doordeweeks

Isonzo del Friuli DOC: dit dal wordt afgekoeld door een bergwind en levert wijnen op in de stijl van Collio, over het algemeen van redelijk hoge kwaliteit

Ramandolo DOCG: zoete witte van een verduzzo kloon, de ramandolo; originele dessertwijn uit een zeer oude wijnregio

3 : Piemonte

De Piedmont, met als hoofdstad Turijn, ligt ten dele tegen de grens met Frankrijk en is historisch gezien geregeld het slachtoffer geweest van Franse uitbreidingsdrang. Het is een regio waar Frans trouwens nog steeds erg vaak de tweede taal is. Het is het zesdegrootste wijngebied van Italië en het brengt zowel kurkdroge witte als rijke rode voort, met de barolo als topper. Deze dankt zijn faam grotendeels aan de nebbiolo druif die in staat is om (in een goed jaar, op een goed stuk grond en in handen van een goede wijnmaker) een schitterende en onvergetelijk geurende, zeer grote wijn voort te brengen waarvan het enige nadeel de prijs is. De barbera druif zorgt voor een grote productie van iets gewonere maar nog steeds erg leuke rode, terwijl de dolcetto verantwoordelijk is voor de Italiaanse variant van Beaujolais. Last but not least is ook de Asti schuimwijn een aangenaam zomers aperitief. De Piedmont is één van de betere wijnregio’s van Italië met een enorme keuze, van goedkoop tot peperduur.

Albugnano DOC : rosé of rood met 85% nebbiolo, kan zeer licht en droog zijn, tot halfzoet of gewoon stevig; recente DOC (1997)

Alta Langa DOC: schuimwijn met pinot noir en chardonnay druiven

Asti DOCG: lichte, delicate, naar muskaatdruiven geurende aperitiefwijn; koud en jong drinken; kan spumante, frizzante of naturale zijn

Moscato d’Asti DOC: zeer lichte parelende wijn met een erg laag alcoholgehalte; goed aperitief; jong en koud drinken

Barbaresco DOC: wat vrouwelijkere en elegantere buur van de barolo, over het algemeen ook goedkoper; eveneens gemaakt met nebbiolo maar uit iets warmere en drogere wijngaarden; zeer aromatisch, droog en vol; pas na vijf jaar op dronk

Barbera d’Asti DOC: de barbera druif is één van de rijzende sterren in de wijnwereld; deze gemakkelijke en resistente druif brengt levendige wijnen boordevol fruit voort die tussen de twee en zes jaar oud op hun top zijn; die van Asti wordt aanzien als de beste

Barbera d’Alba DOC: iets tanninerijker; vaak met wat rokerig fruit;

Barbera del Monferrato DOC: levendiger en lichter met meer zuren, goede begeleide van charcuterie

Barolo DOCG: net zoals in de Bordeaux kijken de specialisten elk jaar weer uit naar de eerste proefverslagen van de nieuwe barolo’s, klaar om hun portefeuille boven te halen en om te beginnen te investeren; drie jaar rijping, waarvan twee op hout, is het wettelijk minimum, voor een riserva is dit vijf; modern gemaakte versies zijn drinkbaar na vijf jaar, klassieke op zijn vroegst na tien jaar (en vaak pas op hun best na twintig); enorm aromatische, fruitige, bedwelmende wijn wanneer goed gemaakt en op dronk; jong zijn het ondrinkbare tannine-bommen (sommigen openen zich helaas nooit); behoort tot de grote wijnen van Italië en wanneer goed ook altijd duur

Boca DOC: bijna verdwenen DOC voor geurige droge rode met nebbiolo en vespolina

Brachetto d’Acqui DOCG : lichtrode, zoete wijn, jong te drinken ; kan stil of spumante zijn

Bramaterra DOC : smakelijke, zachte rode wijn met nebbiolo en croatina ; bijna onvindbaar buiten Italië

Canavese DOC : sinds 1996 ; wit, rosé en rood ; gewoontjes en nog te jong om er veel over te zeggen

Carema DOC : elegante, lichte en fijne nebbiolo wijn uit Noord-Piemonte ; de lokale naam van de nebbiolo is picutener, pugnet of spanna ; binnen de zes jaar drinken

Cisterna d’Asti DOC : lokale rode met de bonarda druif

Colli Tortonesi DOC : lichte, eenvoudige witte en rode wijn met cortese of barbera

Colline Novaresi DOC : sinds 1994 ; rood met vespolina, croatina en spanna (nebbiolo) ; OK maar moet zich nog bewijzen

Colline Toranesi DOC : kleine DOC buiten Turijn ; enkele interessante mono-cépages maar moeilijk te vinden

Colline Salluzesi DOC : nogal zoete met de lokale quagliano druif ; fruitige droge rode met pelaverga

Cortese del’Alto Monferrato DOC : witte maaltijdwijn op basis van de cortese-druif, vooral lokaal populair

Coste della Sesia DOC : lokale DOC voor rode wijn die het Gattinara niveau niet haalt

Dolcetto d’Acqui DOC : fruitige dolcetto wijn met wat bittere afdronk ;

Dolcetto d’Alba DOC : aangename, fruitige wijn met typisch bittertje ; vaak de eigen maaltijdwijn van barolo producenten ; gewoonlijk op zijn hoogtepunt na twee à drie jaar

Dolcetto d’Asti DOC, Dolcetto delle Langhe Monregalesi DOC, Dolcetto di Diana d’Alba DOC, Dolcetto di Dogliani DOC, Dolcetto d’Ovado DOC : lokale varianten met ongeveer hetzelfde karakter

Erbaluce di Caluso DOC : magere, kiezeldroge witte ; in de passito versie zeer aromatisch en fluwelig (na vijf jaar rijping bij de producent)

Fara DOC : zo goed als verdwenen nebbiolo wijn

Freisa DOC : geurige, lichtrode aperitiefwijn, droog of zoet, stil of schuimend ; vooral lokale consumptie, de geodkoopste moet vermeden worden

Gabiano DOC : barbera druiven met een beetje freisa ; stevige maaltijdwijn

Gattinara DOCG : nebbiolo wijn, van middelmatig tot zeer goed ; op dronk na vijf à tien jaar

Gavi / Cortese di Gavi DOCG : witte cortese wijn waarvan de zuren pas na een jaar of twee geïntegreerd zijn ; dan delicaat fruitig met aroma’s van toast en noten ; heerlijk bij vis zonder saus ; Gavi di Gavi komt uit wijngaarden in de gemeente Gavi zelf (geen kwaliteitskenmerk)

Ghemme DOC : wat strakkere en delicatere broer van de Gattinara, eveneens gemaakt met nebbiolo ; vaak iets betere prijs/kwaliteitverhouding en wat goedkoper

Grignolino DOC : erg lichte, droge rode

Langhe DOC : zeer recente DOC met erg losse regels om tegemoet te komen aan de vraag van de beste wijnmakers die meer vrijheid willen maar toch onder een DOC naam ; zeer veel geëxperimenteer, sommige zijn zeer goed

Lessona DOC : bijna verdwenen nebbiolo wijn

Loazzola DOC : zoete muskaatwijn

Malvasio DOC : zeer fruitige, lichte zomerwijn

Monferrato DOC : een sinds 1994 bestaande DOC, speciaal om er de minder bekende lokale wijnen in onder te brengen ; zeer uiteenlopend van kwaliteit en stijl

Nebbiolo d’Alba DOC : minder complex en minder lang houdbaar dan barolo of barbaresco maar ook goedkoper en een goed alternatief ; na drie à vier jaar drinkklaar ; meestal een goede pasta of pizzawijn omwille van zijn duidelijke tannines en zuren

Piemonte DOC : sinds 1994 ; DOC voor een aantal traditionele wijnen uit de provincies Asti, Cuneo en Alessandria ; ook voor spumante en bijvoorbeeld barbera van buiten de traditionele barbera regio’s

Pinerolese DOC : zeldzam wijnen waaronder de rode Doux d’Henry (jaarproduktie 5000 flessen) met de gelijknamige druif en de Ramie, een rode wijn gemaakt met enkele lokale druivensoorten in zeer kleine oplages

Roero DOCG : rode nebbiolo wijn uit de Roero regio

Roero Arneis DOC : levendige, droge, witte zomerse terraswijn met de armeis druif ; best na een jaar of twee

Rubino di Cantavenna DOC : zeer kleine appellatie wiens rode wijn alleen door de Cantavenna coöperatieve wordt gemaakt

Ruché di Castagnole Monferrato DOC : kleine, zeer lokale rode wijn met Ruché druiven, een barbera variant

Sizzano DOC : zeldzaam wordende rode nebbiolo, wat zachter dan een barolo

Valsusa DOC : °1997 ; Susa vallei ; een fruitige, nogal gewone rode

Verduno Pelavrega DOC : een zachte, droge rode wijn met soms stevige kruidige en fruitige aroma’s ; gemaakt met de verduno druif

4 : Veneto

De regio Veneto, met Verona en Venetië als belangrijkste steden, is erg groot en verscheiden en wordt vaak opgedeeld in drie. Het belangrijkste deel is waarschijnlijk de provincie Verona die de oevers van het Gardameer en de weide omgeving van Verona beslaat. Soave, Valpolicella en Bardolino komen hier vandaan. Het is één van de meest productieve regio’s van Italië. Centraal-Veneto kent vooral Franse rode varieteiten, naast een aantal interessante lokale druiven, vooral in wit. De regio rond Treviso en Venetië kent uiteraard de bekende prosecco, met daarnaast een reeks bescheiden maar goede wijntjes.

Arcole DOC : brede, algemene DOC voor een groep wijngaarden met zeer zanderige ondergrond ; de merlot riserva schijnt ok te zijn

Bagnoli / Bagnoli di Sopra DOC : wit en rood ; de witte is een blend van chardonnay, sauvignon en raboso

Bardolino DOC : grote DOC aan het Gardameer voor een lichte vrolijke frisse rode of rosé zomerwijn die jong en fris moet gedronken worden ; een zomerse dorstlesser en een echte pasta-wijn

Bianco di Custoza DOC : over het algemeen een frisse, volle en droge aperitiefwijn, maar kan gemaakt worden met acht verschillende druiven en dus nogal van karakter verschillen ; Gardameer 

Breganze DOC : bescheiden DOC bij Verona ; bianco met tocai friulano, rosso met merlot ; verschillende mono-cépages waarvan de lokale vespaiolo de interessantste is

Colli Berici DOC : tamelijk grote DOC bij Vicenza ; jong te drinken, tamelijk onopvallende wijnen ; zeldzame tocai rosso

Colli di Conegliano DOC : DOC voor een witte en een rode passito in prosecco-gebied ; de Refrontolo is rood en zoet en gemaakt van marzemino druiven, de witte kan droog of zoet zijn en heet Torchiato di Fregona ; hij is gemaakt van een mengeling van druiven waaronder de prosecco en de verdiso

Colli Euganei DOC : klassieke witte en rode wijntjes ; rood vooral met Franse druiven, wit met garganega en serprina (zacht en droog) ; ook enkele mono-cépages

Gambellara DOC : droge, zachte witte garganega wijn (bestaat ook als recioto (zoet) of vin santo (zeer zoet)

Garda Orientale DOC : zeer recente DOC, gemaakt om de Vini da Tavola te recupereren en dus met zeer losse regels ; zeer veel monocépages

Lessini Durello DOC (ook Monti Lessini): frisse schuimwijn ; de stille versie is vaak erg zuur

Lison-Promaggiore DOC : veel mono-cépages ; bij Venetië

Lugana DOC : ten zuiden van het Garda-meer ; geen verdere info

Merlara DOC : tussen Verona en Padua ; °1997 ; zeer brede appellatie

Montello / Colli Asolani DOC : kan zowel prosecco zijn als eenvoudige droge rode wijn

Piave DOC : eenvoudige bianco met tocai, eenvoudige rode met merlot ;

Prosecco di Conegliano – Valdobbiadene DOC : laag-alcoholische schuimwijn uit omgeving Treviso : kan droog tot zoet zijn, frizzante of spumante ; vaak licht naar amandel geurend

Soave DOC : een nogal neutrale maar leuke droge witte wijn van de garganega druif ; groot verschil tussen de goedkope uit de vlakte en de betere van de heuvels ; bestaat ook als spumante of als zoete recioto (van gedroogde druiven)

Recioto di Soave DOCG : elke zomer worden de bovenste druiventrossen van de garganega (die het meest aan de zon blootgesteld waren) geplukt en gedroogd op houten rekken ; er wordt een complexe zoete witte wijn mee gemaakt ; lang de enige DOCG van Veneto

Soave Superiore DOCG : sinds 2001 een aparte DOCG, los van de gewone Soave

Valdadige DOC : zie Trentino

Valpolicella DOC : ten noorden van Verona wordt deze blend van corvina, rondinelle en molinara gemaakt ; varieert van lichte pastawijn uit de vallei tot fruitige en zachte classico uit het kerngebied ; wanneer de ripasso techniek is toegepast zijn geur en smaak nog intenser ; zeer typerend aroma is kersen

Reciote delle Valopicella DOC : zoete en zwoele alcoholrijke wijn van gedroogde druiven ; bestaat ook als spumante

Amarone della Valpolicella DOC : droge versie van de recioto ; rijk en krachtig met een bittere afdronk ; momenteel erg in de mode, maar altijd minstens een verraderlijke 14% alcohol ; geurt vaak naar chocolade en kersen (mon chérie)

Vicenza DOC : °2000 ; veel garganega ; doc voor alle wijnen die niet onder een vijftal andere doc’s vallen mar wle in hun gebied gemaakt worden

 

5 : Emilia-Romagna

Deze regio is vooral bekend voor zijn parmesaanse kaas en zijn parma ham, en veel minder voor zijn wijnen. De enige bekende is de bij ons niet zo populaire zoete en rode schuimwijn van de lambrusco druif. Er zijn leuke witte en rode wijnen en de prijzen zijn sympathiek. Best wel een regio voor leuke ontdekkinkjes dus. Grof geschetst is men in Emilia gespecialiseerd in schuimwijn, in Romagna in stille wijnen (wit met albana, trebbiano en bombino of pagadebit, rood met sangiovese en cagnina)

Bosco Eliceo DOC : recente DOC voor witte met trebbiano dominantie of rood met merlot of de lokale vrij forse en tanninerijke fortana druif

Cagnina di Romagna DOC : intense, volle en fluweelzachte wijn met refosco druiven

Colli Bognolesi DOC : een reeks witte mono-cépage wijnen waaronder de pignoleto de speciaalste is ; goede rode cabernet sauvignons en merlots ; regio met potentieel

Colli della Romagna Centrale DOC : °2001 ; kleine groep producenten die zowel sangiovese en trebbiano als cabernet sauvignon en chardonnay gebruiken

Colli di Faenza DOC : °1997 ; veel vernieuwing, niet allemaal even leuk ; de rosso riserva en de sangiovese riserva zijn de beste

Colli di Parma DOC : witte, halfzoete malvasia, rode, droge barbera

Colli di Rimini DOC : beslaat verschillende wijnen in een zeer toeristisch gebied ; biancame en rebola zijn interessant ; bestaat pas sinds 1997

Colli di Scandiano e Canossa DOC : Bianco di Scandiano, een erg oude wijn voor lokale consumptie

Colli d’Imola DOC : °1997 ; dekt acht verschillende soorten, vijf wit en drie rood ;

Colli Piacentini DOC : overkoepelende DOC voor een hele reeks mono-cépage wijnen waaronder enkele zeer interessante ; zeer uiteenlopende stijlen ; erg leuke witte (trebbianino), een mengeling van ortrugo en trebbiano en rode (gutturnio), een mix van barbera en bonarda

Lambrusco DOC : mousserende rode wijn, meestal zoet, van de lambrusco druif ; lekker bij streekgerechten als parmaham of parmesaan ; veel goedkope massaproduktie maar de betere zijn best wel leuk ; vier subzones

Reggiano DOC : een Lambrusco variant

Reno DOC : 2500 ha met montuni druiven voor een nogal neutrale witte wiens productiviteit en resistentie tegen parasieten zijn voornaamste voordelen zijn ; er bestaat ook een bianco en een pignoletto

Albana di Romagna DOCG : witte van de albana druif ; alhoewel het merendeel van de produktie droog is zijn de zoete het interessants, met de passito als bedwelmende topper

Pagadebit di Romagna DOCG : droge of lichtzoete wijn van bombino bianco, steeds zacht, subtiel en verfijnd

Sangiovese di Romagna DOC : gemakkelijke, jong te drinken sangiovese wijn

Trebbiano di Romagna DOC : gemakkelijke frisse witte

6 : Lombardia

Milaan is de bekendste stad van Lombardije dat ligt tussen de Piemont en Trentino en dat grenst aan de Zwitserse grens en de Po-vlakte van Emilia-Romagna. Oltrepo Pavese, de oevers van het Garda-meer en Valtellina zijn de belangrijkste wijnregio’s. De regio is het bekendst voor zijn schuimwijn en zijn rode sfursat of sforzato wijnen van nebbiolo druiven.

Botticino DOC : een warme, volle wijn uit de heuvels rond Brescia

Capriano del Colle DOC : zeer kleine DOC voor een parelende rode wijn in de omgeving van Brescia

Cellatico DOC : kleine DOC in de heuvels van Brescia ; lichte rode wijn met schiava, barbera en marzemino

Colli Morenici Mantovani del Garda DOC : wit, rosé en rood en naar het schijnt iets beter dan de andere Garda wijnen

Franciacorta DOCG : een romige klassieke op champagne gelijkende schuimwijn

Tierra di Franciacorta DOC : stille witte of rode wijn uit de Franciacorta streek

Garda DOC : zeer recente en losse DOC ; leuke en pittige chiaretto (rosé) en een droge frisse rode, beiden op basis van gropello ; veel mono-cépage wijnen van andere druivensoorten ; DOC die tot doel had een aantal Vini de Tavola terug in te lijven

Lambrusco Mantovani DOC : zie bij Emilie-Romagna ; dit is de Lombardese variant

Lugana DOC : een soms licht ziltige witte trebbiano, perfect bij de lokale zoetwatervis

Moscato di Scanzo DOC : erg speciale passito wijn van gedroogde druiven ; kleine produktie

San Martino della Battaglia DOC : lichte droge witte met tocai friulano druiven ; de liquoroso variant moet ijskoud gedronken worden maar is heerlijk

Oltrepo Pavese DOC : zeer uitgebreide DOC, niet zo ver van Milaan ; zeer veel mono-cépages waarvan enkele doordeweeks en enkele zeer apart ; de rosato en de rosso zijn allebei licht frizzante wanneer jong en in beide speelt de barbera druif een belangrijke rol

Riviera del Garda Bresciano DOC : vooral lokale faam en consumptie

San Colombano DOC : zeldzame, stevige rode wijn

Valcalepio DOC : mono-cépages van zowel Italiaanse als Franse druiven ; de bianco en de rosso zijn gemaakt met klassieke franse druiven ; omgeving Bergamo

Valtellina DOCG : met de chiavennasca (nebbiolo) druif wordt hier een elegante, geurige wijn gemaakt die wat in de vergetelheid was geraakt maar die aan een opwaardering toe is ; valtellina superiore kende eikrijping en open je best pas na een vijftal jaar

7 : Liguria

De wijnen van deze regio worden vooral lokaal geconsumeerd en ze worden weinig geëxporteerd. Het is een echte Middellandse Zee wijnregio, grenzend aan de Provence. De DOC’s liggen links en rechts van de hoofdstad Genua. Vooral de witte Cinque Terre wijnen zijn interessant.

Cinqueterra DOC : een subtiele, droge witte met bosco en vermentino ; erg populair in eigen streek en weinig export

Cinqueterra Sciacchetra DOC : rijke, straffe, zoete witte van half ingedroogde druiven

Colli di Levanto Rosso DOC : lijkt wat in stijl op cinqueterra ; vooral lekkere vermentino

Colli di Luni DOC : fijne witte met vermentino, mooie rode met sangiovese

Golfo del Tigullio DOC : °1997 ; omvat een groot aantal lokale tradities in zowel wit als rood, vaak als mono-cépage

Riviera Ligure di Ponente DOC : monocépages met ormeasco (rood, pittig en droog, variant van de dolcetto druif), rossese (rood, droog en fris met bloemengeur), vermentino (wit) en pigato (wit, aroma’s van bloemen)

Rossese di Dolceacqua DOC : zacht en fruitig

Val Polcevera DOC : omgeving Genua ; een droge witte wijn van de coronata druif ; DOC sinds 1999

8 : Valle d’Aosta

De hoogste wijngaarden van Europa liggen in de Aosta vallei, op ongeveer 1300 meter boven de zeespiegel. Er wordt zowel witte als rode wijn gemaakt. In wit zijn de aanraders ondermeer gemaakt met de blanc de morgex druif, de Priè Blanc of de Petite Arvine. Rood heeft in volume de overhand en wordt gemaakt met een hele reeks druiven. De beste zijn de Enfer d’Arvier, de Donnas, de Torrette en de Arnad Montjovet. De wijnetiketten zijn tweetalig Frans-Italiaans.

Valle d’Aosta DOC : overkoepelende DOC voor een hele reeks mono-cépages waarvan sommige zeer origineel zijn en nauwelijks bekend buiten de regio

Arnad-Montjovet DOC : droge rode op basis van nebbiolo

Blanc de Morgex et de la Salle DOC : droge, witte op basis van de Balnc de Morgex druif ; aroma’s van bergweiden volgens de afficionado’s

Chambave DOC : een droge rode op basis van petit rouge, een interessante zoete Moscato

Donnas of Donnaz DOC: elegante droge rode op basis van nebbiolo met een karakteristiek bittertje in de afdronk

Enfer d’Arvier DOC : droge rode op basis van petit rouge

Nus DOC : de droge Rosso is een blend van petit rouge en vien de nus ; de passito een zeldzame maar interessante zoete pinot gris ; de malvoisie flétri is eveneens een zoete passito

Torrette DOC : rode op basis van petit rouge

B : Centraal Italië

1 : Toscane

Of het nu te danken is aan de toeristische populariteit van de regio, of aan de kwaliteit van zijn wijnen, het blijft een feit dat dit zo ongeveer de bekendste wijnstreek van Italië is. Dé druif van Toscane is de sangiovese, verantwoordelijk voor een heel scala aan kwaliteiten, van eenvoudige chianti in mandflessen tot de fantastische brunello’s die tot de topwijnen van Italië behoren. Onder kenners is er echter nog een tweede fenomeen dat Toscane zo interessant maakt ; het is ook de regio waar grote wijnmakers zich voor het eerst niets meer van de DOC regels aantrokken en begonnen met het maken van de zgn. Super-Toscanen, noodgedwongen onder het Vino da Tavola label omdat ze in geen enkel regelsysteem pasten. Onder invloed van mensen als Robert Parker werden voor deze wijnen al snel waanzinnige prijzen betaald en vandaag doet de Italiaanse staat moeite om deze te recupereren via het IGT systeem (vin de pays) of door het scheppen van nieuwe DOC’s. Bijna alle wijn is hier rood, maar de Vernaccia di San Gemignano is een heerlijke uitzondering.

Ansonica Costa dell’Argentario DOC : witte wijn met ansonica druiven uit wijngaarden aan de kust en op een vlakbijgelegen eiland

Barco Reale DOC : jong te drinken rode

Bolgheri DOC : recente DOC, speciaal geschapen om een aantal super-toscanen zoals de legendarische Sassicaia in onder te brengen ; zeer vrije regelgeving ; bianco met trebbiano, vermentino of sauvignon, die erg van karakter kan verschillen omdat de wijnbouwer zelf mag bepalen welke de hoofddruif is ; rosato met cabernet sauvignon, merlot en sangiovese, één van de beste van Italië ; rosso met cabernet sauvignon, merlot en sangiovese, mar opnieuw in door de wijnbouwer zelf te bepalen verhoudingen ; sassicaia, de legende : sensueel, intens en krachtig met minimaal 80% cabernet sauvignon

Candia dei Colli Apuani DOC : strogele, droge vermentino wijn

Capalbio DOC : wit en rood, beiden traditioneel

Carmignano DOCG : vroeger één van de top-chianti regio’s, sinds 1975 een aparte DOC ; subtiele, verleidelijke en intense wijn, zeer lang houdbaar

Chianti DOCG : van sangiovese gemaakte klassieker ; mag onder de algemene naam chianti gemaakt worden met druiven die van overal in het chianti gebie kwamen, wat de producent toelaat om te blenden en te selecteren om een bepaalde constante stijl te krijgen ; moet jong (binnen de 18 maanden) gedronken worden ; typisch is vaak het aroma van thee en jonge pruimen ; door de Governo, het toevoegen van gegist druivensapconcentraat, komt in de fles een tweede gisting op gang die zorgt voor en levendige sprankel in het glas

Chianti Classico DOCG : chianti uit het hartgebied van de chianti-regio, een groep al sinds 1716 duidelijk afgebakende heuvels en herkenbaar aan de gallo nero, het zwarte haantje op het halsetiket ; een aromatische bewaarwijn die pas na een drietal jaar open mag, voor de riserva pas na een vijftal jaar

Chianti Colli Aretini DOC : subdistrict ; vaak wat meer frisse zuren

Chianti Colli Fiorentini DOC : omgeving Firenze ; sterk gelijkend op classico

Chianti Colline Pisani DOC : omgeving Pisa ; licht en zacht

Chianti Colli Senesi DOC : grootste chianti subdistrict ; omgeving montalcino ; vaak tweede wijn van een goede brunello maker

Chianti Montalbano DOC : aardige, lichte chianti’s

Chianti Rufina DOCG : kleinste subdistrict mar beste ; veel rijpingspotentieel dankzij hogere zuurgraad en meer tannines

Colline Lucchesi DOC : tusse Lucca en Montecarlo ; populair en moeilijk te vinden buiten Italië ; uitstekende, elegante en harmonieuze bianco, zachte en evenwichtige rosso ; véél stééngoede IGT’s in deze regio

Cortona DOC : °1999 ; vooral franse varianten

Elba DOC : frisse lichte bianco ; interessante witte ansonica mono-cépage ; rodé en rood met sangiovese, maar er bestaat ook een karaktervolle, 16% alcohol wijn van de aleatico druif

Bianco dell’Empolese DOC : tamelijk recente (1989) witte

Colli del’Etrurio Centrale DOC : uit het chianti district maar afwijkend van de chianti regels, vooral door het gebruik van cabernet sauvignon ; frisse en lichte bianco met 50% trebbiano ; de rosso heeft 50% sangiovese en daarnaast cabernet sauvignon, pinot nero, merlot en nog andere ; bijna altijd fruitig en aangenaam, soms zeer goed

Colli di Luni DOC : meest noordelijke doc van Toscane ; twee witte, één rode, erg traditioneel

Maremme DOC : nieuw maar veelbelovend

Brunello di Montalcino DOCG : dé rode topper van Toscane ; rijke, krachtige bewaarwijnen met een sangiovese kloon ; nooit goedkoop ; zéér intense aroma’s ; moet (tenzij zeer oud) minimum een uur op voorhand gedecanteerd worden

Rosso di Montalcino DOC : een krachtige volle wijn, in feite het kleine broertje van de brunello met minder vatrijping en minder lage opbrengsten in de wijngaard ; vaak een betaalbaar alternatief en wijna elke brunello maker maakt ook de rosso

Montecarlo DOC : grote productie zonder veel uitschieters ; veel witte mono-cépages, de rosso lijkt op een lichte chianti

Montecucco DOC : traditionele wijnen uit de regio

Rosso di Montepulciano DOC : het kleine broertje van de Vino Nobile ; gemaakt met jongere druivelaars en hogere opbrengsten ;

Vino Nobile di Montepulciano DOC : volle, ronde en stevige wijn met intensieve aroma’s, gemaakt met een kloon van de sangiovese, de prugnolo gentile ; blijft voorlopig nog betaalbaar ; decanteren is bijna altijd aangeraden

Monteregio di Massa Marittima DOC : negen varianten waaronder een witte vermentino en twee vin santo’s

Montescudaio DOC : traditionele lokale wijn

Morellino di Scansano DOC : smakelijke, fruitige rode met de morellino, opnieuw een kloon van de sangiovese ; stijgende populariteit

Moscadello di Montalcino DOC : zoete en licht frizzante witte, binnen het jaar te drinken

Orcia DOC : sinds 2000 ; een witte trebbiano, een rode sangiovese en een vino santo

Parrina DOC : sinds 1971 een eigen DOC ; minimaal 70% sangiovese voor de rosso (de rest van de bland mag cab s of merlot zijn); in wit trebbiano, ansonica en chardonnay, plus maximaal 20% andere soorten. Gunstig beïnvloed door de nabijheid van de zee.

Bianco Pisano di San Torpe DOC : witte trebbiano uit omgeving Pisa

Bianco di Pitigliano DOC : omgeving Pitigliano ; delicate, frisse witte

Pomino DOC : ten oosten van Firenze ; bijna volledig eigendom van de Frescobaldi familie ; wit en rood, beiden met nogal wat Franse druiven

Rosso di San Gemignano DOC : vroeger een typische sangiovese wijn maar sinds 2003 is zowat alles toegelaten

Sant’Antimo DOC : een algemene appellatie voor de wijnen uit de Montalcino regio die niet gped genoeg zijn voor de betere appellations of die met franse druiven wensen te werken

Sovana DOC : rode wijnen uit de Bianco di Pitigliano regio ; zowel franse als italiaanse druiven

Val d’Arbia DOC : °1986 ; wit

Val di Cornia DOC : sinds 1989 ; dekt verschillende soorten ; de suvereto is een mengeling van cabernet sauvignon, merlot en sangiovese

Bianco Vergine Valdichiane DOC : droge of lichtzoete witte met trebbiano en wat malvasia

Bianco delle Valdinievole DOC : droge of lichtzoete met trebbiano en malvasia

Vernaccia di San Gemignano DOC : vaak mager en droog, maar de betere zijn romig en notig en erg lekker ; heeft vaak baat bij decanteren (enkele uren op voorhand) ;

Vin Santo del Chianti : °1997

Vin Santo di Montepulciano DOC :

2 : Abruzzi

Deze bergachtige streek ten oosten van Rome steunt op twee druiven, de rode Montepulciano d’Abruzzo en de witte Trebbiano d’Abruzzo. Ze leden vroeger allebei aan overproductie en vooral de rode werd hierdoor onderschat. Men is er nu achter gekomen dat hij mits een goede begeleiding mooie wijnen voortbrengt. De produktie blijft echter enorm (de vijfde belangrijkste in volume van Italië) met de bijhorende kwaliteitsproblemen.

Montepulciano d’Abruzzo DOC : rosé (cerasuolo) en rood ; traditioneel echte maaltijdwijnen die fris gedronken moeten worden ; de zoektocht naar kwaliteit levert vlezigere maar tegelijk elegantere wijnen op en het potentieel van de druif wordt pas recent ten volle erkend

Montepulciano d’Abruzzo Colline Teramane DOC : wat voller en robuuster

Controguerra DOC : sinds 1996 en een ratjetoe van Italiaanse en Franse druiven in een raltief klein wijngebied

Trebbiano d’Abruzzo DOC : wit, zacht en aangenaam en een beetje saai ; bij overproductie smakeloos

3 : Molise

Bijna identieke kenmerken als de Abruzzi.

Biferno DOC : droge witte trebbiano, zachte rode en rosé montepulciano wijn

Molise DOC : °1998

Pentro DOC : erg recent, witte met trebbiano en bombino, rode en rosé met montepulciano druiven

 

4 : Umbrië

Deze regio (één van de vijf in Italië die nergens aan de zee grenst) was vooral bekend voor zijn witte Orvieto, de belangrijkste DOC en goed voor ongeveer 70% van de DOC productie. De hete zomers en koude winters maakten het niet de gemakkelijkste omgeving om kwaliteitswijnen te maken, maar de laatste decennia komen er veel mooie rode wijnen vandaan. Deels gebeurt dit via klassieke historische DOC’s met grote maar wat eigenzinnige wijnen, deels door een hele reeks Vini da Tavola of IGT wijnen die wat exotischere druivensoorten gebruiken. Sagrantino is de beste lokale druif, maar haar tanninerijke bewaarwijnen worden minder populair. Veel leuke DOC’s gebruiken de sangiovese, in één regio wordt zelfs de gamay gebruikt (rond het Trasimeno meer).

Colli Altotiberini DOC : meest noordelijke van Umbrië ; aangenaam maar onopvallend

Colli Amerini DOC : idem

Assisi DOC : interessante witte met 100% grechetto, aangename rode met merlot en sangiovese

Lago di Corbara DOC : franse druivensoorten rond een kunstmatig meer

Colli Martani DOC : wit en rood, eenvoudige trebbiano en sangiovese

Montefalco DOC : interessante rode met sangiovese en de lokale sagrantino wat hem wat origineler maakt

Rosso Orvietano DOC : erg nieuwe DOC voor rode wijn

Orvieto DOC : bekendst voor zijn goed drinkbare, droge harmonische witte wijnen, maar legendarisch voor zijn door botrytis bepaalde zoete witte dolce’s ; de allerbeste noemt men Muffa Nobile, één van de duurste, lekkerste en zeldzaamste wijnen van Italië

Colli Perugini DOC : relatief nieuwe en commerciële DOC

Torgiano Bianco DOC : elegant en fruitig met trebbiano en grechetto ; ook als monocépage

Torgiano Spumante DOC : fruitige, elegante schuimwijn van chardonnay en pinot nero

Torgiano Rosato DOC : droge, aangename en zeer fruitige rosé

Torgiano Rosso DOC : goede rode met sangiovese, canaiolo en trebbiano, maar ook als monocépage met pinot nero of cabernet sauvignon

Torgiano Rosso Riserva DOCG : minimaal drie jaar rijping op eik en fles ; elegante, zachte karakterwijn met interessante aroma’s, één van de grote wijnen van Italië

Sagrantino di Montefalcone DOCG : zowel droog (secco) als zoet (passito) ; jong ondoordringbaar en streng, na acht jaar heerlijk aroma van bramen en erg apart ; moeilijk te vinden

Colli del Trasimeno DOC : wit, rosé en rood ; eenvoudig maar niet verkeerd

 

5 : Marche

De Marche is zeker niet Italië’s bekendste, nog beste wijnregio. Met de verdicchio druif heeft men er echter altijd al een erg aardige witte gemaakt en sinds enige tijd komt er ook steeds betere rode vandaan op basis van de montepulciano druif.

Bianchello del Metauro DOC : een traditionele, nogal neutrale witte trebbiano ; weinig export

Colli Pesaresi DOC : aaangename, lichte wijnen

Esino DOC : sinds 1995 ; wit, rosé en rood ; het waarom is mij een raadsel

Falerio dei Colli Ascolani DOC : neutrale trebbiano wijn

Lacrima di Morro d’Alba DOC : sinds 1985 maar teruggaand op oudere tradities ; een rode wijn die droog, halfzoet of zoet kan zijn ; lacrima druif (een erg oude variant) met een beetje montepulciano

Bianco dei Colli Maceratesi DOC : trebbiano en maceratino, een verdicchio kloon ; droog en erg karakteristiek

Rosso Conero DOC : zachte, vlezige wijn op basis van de montepulciano ; beste rode van de Marche

Offida DOC : tot 2002 nog rosso piceno, nu een eigen DOC

Rosso Piceno DOC : zachte, fruitige rode, met sangiovese overwicht en montepulciano als steundruif

Verdicchio des Castelli di Jesi DOC : lang de reputatie van een ordinair toeristenwijntjein een amfora fles, maar het veel grotere potentieel wordt meer en meer gerealiseerd ; verdicchio druif ; jong fris en zeer geschikt voor bij zeevruchten, na enkele jaren (of uren in de decanteerkruik) wordt hij romiger en zachter ; altijd een geode begeleider van vis

Verdicchio di Matelica DOC : kleine zuster DOC met iets meer finesse en bewaarpotentieel

Vernacci di Serrapetrone DOC : zeer geparfumeerde, rode schuimwijn, droog tot zoet ; erg apart

 

C : Zuid-Italië

1 : Lazio

De regio Lazio, waar ook Rome zich in bevindt, levert voor een groot deel de witte wijn die in de hoofdstad wordt geconsumeerd en er wordt wel eens gezegd dat een glas Frascati nergens zo goed valt als op een terrasje in de stad. De regio bevat momenteel 25 verschillende DOC’s, waarvan de bekendste voor wit met druiven als malvasia en trebbiano. De rivier Tiber zorgt er zelfs voor edelrot zodat enkele van de zoete witte van de streek erg lekker zijn (maar bijna onvindbaar in de export). Toch is rood er ook in opmars en zelfs de Franse rode klassiekers kregen er in 1999 hun eigen DOC.

Aleatico di Gradoli DOC : een bijna verdwenen zoete rode wijn uit Viterbo

Atina DOC : rood met de klassieke Franse « Bordelese » druivensoorten

Aprilia DOC : massaproductie in drooggelegde moerassen, vooral neutrale trebbiano

Bianco Capena DOC : dagdagelijkse witte van malvasia en trebbiano

Castelli Romani DOC : °1996 ; vulkanische ondergrond ; trebbiano en malvasia voor wit, cesanese, montepulciano, sangiovese en merlot voor rood

Bianco di Lazio DOC : wit op basis van malvasia, trebbiano en bombino ; fris en licht aromatisch, kan ook halfzoet zijn

Cerveteri DOC : rood en wit volgens de lokale gewoonte

Cesanese del Piglio DOC : jong te consumeren wijn à la Beaujolais Nouveau, traditioneel zeer lekker bij bloedworst ; kan ook zoet of licht schuimend zijn, kenners schijnen de lichtzoete te prefereren

Cesanese di Affilo DOC : idem

Cesanese del Olevano Romano DOC : idem

Circeo DOC : simpele wijnen

Colli Albani DOC : fijne, fruitige witte, van droog tot zeer zoet

Colli Lanuvini DOC : strogele, neutrale witte trebbiano wijn

Colli della Sabina DOC : eigenlijk bekendst voor zijn olijfolie ; wit en rood zijn klassieke trebbiano/malvasia en sangiovese/montepulciano wijnen

Colli Etruschi Viterbesi DOC : °1996 ; wit met greghetto en procanico, rood met canaiolo en violone

Cori DOC : lokale DOC rond de stad Cori voor zowel wit als rood

Est !Est ! !Est ! ! ! di Montefiascone DOC : witte, vaak wat simpele trebbiano wijn ; leuk verhaal

Frascati DOC : meest populaire witte wijn op de terrasjes van Rome ; te vaak nogal simpel en vlak, de betere zijn echter speels en herkenbaar, de beste kunnen romig zijn en naar noten geuren

Genazzano DOC : een witte met malvasia, bellone en bombino, een rode met sangiovese en een beetje cesanese

Marino DOC : zachte fruitige malvasia wijn, van droog tot zeer zoet

Montecompatri Colonna DOC : witte met malvasia, puntinata en trebbiano ; vroeger bekend voor zijn volheid

Tarquinia DOC : °1996 ; tamelijk grote DOC voor traditionele wijnen

Velletri DOC : Montepulciano druif

Vignanello DOC : lokale jong te drinken wijnen, iets betere greco

Zagarolo DOC : klassieke frisse witte, zeer lokaal

2 : Puglia

Deze regio die de hak van de Italiaanse laars vormt was ooit vooral bekend voor zijn enorme productie van loodzware rode wijn die geëxporteerd werd om te worden versneden met wat minder goed gelukte oogsten in koelere landen of zelfs om te worden gedistilleerd tot pure alcohol (ondermeer als basis voor vermouth). Zelfs vandaag valt nog minder dan 5% van de produktie onder een DOC. Het is nog altijd de grootste druivenproducent van Italië maar sinds eind jaren 90 is er echter sprake van een zeer positieve evolutie en plots komen er zeer prijsvriendelijke en originele rode wijnen vandaan. De negroamaro en de primitivo druif blijken plots zeer goed in de smaak te vallen en zelfs enkele van de lokale DOC’s veroveren plots de rekken van onze supermarkten en wijnhandelaars. Vliegende wijnmakers en investeerders als Gancia en Antinori helpen de kwaliteit met sprongen vooruit. De zomers zijn er zeer warm, maar krijgen ‘s nachts enige afkoeling door de nabijheid van de zee. Het kan er erg droog zijn maar in een normaal jaar va lt er net genoeg regen in net de juiste periode. Op de heuvelketen van Gargano na is het terrein vrij vlak.

Alezio DOC : schiereiland Salento ; zeer kleine DOC voor een lekkere negroamaro wijn

Rosso Barletto DOC : lokale rode met uva di troia, montepulciano, sangiovese en malbec ;

Brindisi DOC : smakelijke, kruidige rode met hoofdzakelijk negroamaro en tot 30% malvasia of mentepulciano ; ook een leuke rosé

Cacc’e mitta di Lucera DOC : karaktervolle zeer donkere wijn op basis van de uva di troia

Rosso Canosa DOC : rode met uva di troia, sangiovese en montepulciano ;

Castel del Monte DOC : wit, rosé en rood ; grootste DOC van Puglia ; lang houdbare, geurige en droge rode met een typerend bitter afdronkje van de uva di troia druif ; originele witte met de pampanuto, originele rosé met de bombino nero ; één van de belangrijkere DOC’s

Rosso di Cerignola DOC : uva di troia en negroamaro ; vaak een aangenaam bittertje

Copertino DOC : Salento-schiereiland ; minimaal 70% negroamaro ; in riserva kwaliteit één van de betere rode wijnen van de Puglia

Galatina DOC : °1997 ; laat ook druiven als chardonnay toe

Gioia del Colle DOC : minimaal 50% primitivo voor de rode ; ook een witte trebbiano en een zoete Aleatico Dolce

Gravina DOC : witte wijnen met greco di tufo, malvasia en bianco di Alessano ; kunnen zeer lekker zijn

Leverano DOC : wit en rood ; stevige, fruitige rode met minimaal 50% negroamaro ; ook enkele lekkere zoete passito wijnen

Lizzano DOC : vooral rosé en rood met negro amaro, erg typerend

Locorotondo DOC : fris en jong te drinken, erg levendige witte ; bestaat ook als spumante

Primitivo di Manduria DOC : zwoele, zware rode wijn, van droog tot zeer zoet, op basis van de primitivo druif

Martina Franca DOC : wit ; omgeving Tarento ; lijkt wat op Locorotondo

Matino DOC : rood en rosé van negro amaro met wat malvasia om de smaak te verzachten ; ook wat sangiovese wijnen, vermengd met andere druiven

Nardo DOC : negroamaro en malvasia nera voor een lokale maar erg typische rosé en rode wijn

Orta Nova DOC : sangiovese en uva di troia ; een donkere, stevige rode wijn

Ostuni DOC : originele witte met impigno en francaville druiven ; rode Ostuni Ottavianello wordt gemaakt met ottavianello, de lokale naam voor cinsault, en negroamaro ; het is een erg zuiderse, smakelijke wijn

Aleatico di Puglia DOC : ouderwetse, zachte, zoete rode wijn, zo goed als verdwenen

Salice Salentino DOC : zeer typerende negroamaro-malvasia blend die én goedkoop én lekker is ; kruidige, zonnige wijn met een goede zuurbalans

San Severo DOC : montepulciano druif ; meest noordelijk gelegen DOC van Puglia

Squinzano DOC : rosé en rood met negroamaro

Moscato di Trani DOC : zoete en zeer aromatische dessertwijn

3 : Sicilia

Het klimaat van Sicilië, Italië's meest zuidelijk gelegen regio, garandeert veel zon wat leidt tot sterk geconcentreerd druivensap en een bijna totaal ontbreken van ziektes. Tot recent leidde deze zeer gunstige omstandigheden echter vooral tot het produceren van enorme hoeveelheden plonk en slechts 10% van de productie werd gebotteld. Omdat er in Sicilië echter ook nog veel plaats is om nieuwe wijngaarden aan te leggen arriveren er sinds de jaren 90 veel nieuwe wijnbouwers die nieuwe varianten introduceren en de toekomst lijkt groot. Doordat er bijna geen lokale DOC was, hebben de wijnbouwers een grote vrijheid en hier komen de schitterendste IGT wijnen van Italië vandaan. De 17 DOC’s van Sicilië zorgen maar voor een fractie van de gecommercialiseerde wijn.

De meest gebruikte lokale druiven voor wit (75% van de productie van Sicilië) zijn Inzolia en Catarrato, bijna altijd en zelfs met de invoering van modernere productiemethodes, slap en vaak onaangenaam bitter. In bepaalde blends kunnen ze wel scoren. Een lokale druif die wel potentieel schijnt te hebben is de grecanico. Een import-druif die heel hoog scoort (met navenante prijzen) is de Chardonnay die eind jaren 80 voor het eerst werd geplant en sinds de jaren 90 gecommercialiseerd werd. Een producent, Planeta, is begonnen met het planten van Fiano, een variant uit Campania, en die doet het momenteel zeer goed (de goddelijke Cometa).

In rood zijn de lokale druivensoorten sterker, alhoewel sommige producenten onder IGT vlag goede cabernet sauvignon maken, soms geblend met merlot. 100% merlot uit Sicilië is meestal wat overrijp. Syrah is de laatste nieuwkomer en schijnt goed te combineren met de lokale nero d'avola. De beste lokale druif voor rood is de nero d'avola (of calabrese) die op zijn eenvoudigst voor kruidige en fruitige wijnen zorgt, maar die bij de betere producent voor zeer karakteristieke en stevige wijnen zorgt met een goed rijpingspotentieel. De druif wordt meer en meer aangeplant.

Andere lokale varianten zijn de frappato, meestal gebruikt in blend's en in monocépages jong en koud te drinken, de nerello, nogal tanninerijk en met aroma's van viooltjes en gebruikt in de DOC Etna Rosso en Faro.

Alcamo DOC : erg brede DOC die zowel wit, spumante, rosé en rod kan zijn ; de witte is populair en een neutrale, droge begeleider van zeevruchten op basis van de cataratto druif ; de rode bestaat ook als ee zelden geëxporteerde novello, en beetje zoals de Beaujolais Nouveau.

Cerasuolo di Vittorio DOC : kersenrode, warme, droge wijn op basis van de lokale frappato en de calabrese ; kan dertig jaar oud worden ; weinig export ; bij gebraad

Contea di Sclafani DOC : °1996, zowel lokale als franse varianten, zowel wit, rosé als rood ; interessante witte vendemmia tardive wijn, een « vina da meditazione » ;

Comtessa Entellina DOC : wit, rosé en rood, binnen de grens van deze specifieke gemeente

Delia Nivolelli DOC : gemaakt met dertien soorten italiaanse en franse druiven ; wit of rood, ook spumante

Eloro DOC : rode met frappato, pignatella en nero d’avola

Etna DOC : wit en rood ; de rode is traditioneel, zeer droog en moet wat kelderen om zijn tannines te verwerken ; de witte is erg delicaat en tamelijk zuur

Faro DOC : erg typische rode uit de omgeving van Messina, minimaal een jaar oud en erg geschikt bij de lokale pastagerechten

Malvasia delle Lipari DOC : zeer kleine DOC voor een zoete witte dessertwijn op een eiland voor de Siciliaanse kust

Marsala DOC : Sicilië’s versterkte wijn, verkrijgbaar in verschillende kwaliteitsniveau’s ; ooit erg populair, vandaag sterk uit de mode

Menfi DOC : °1997, zeer losse DOC voor wit en rood met zowel franse als lokale druivensoorten

Monreale DOC : °2000 ; zowel franse als lokale druivensoorten

Moscato di Noto DOC : typische witte muskaatwijn, van droog tot zeer zoet

Moscato di Pantelleria DOC : afkomstig van het gelijknamige eiland ; van droog tot zeer zoet, maar de zeer aromatische Passito is het populairst

Moscato di Siracusa DOC : zeer aromatische dessertwijn

Riesi DOC : °2001 ; veel varieteiten

Sambuca di Sicilia DOC : °1995 ; traditionele lokale wijnen en modernere met chardonnay en cabernet sauvignon uit het dorp Sambuca Siciliana

Santa Margherita di Belice DOC : recente DOC uit de jaren 90 met zeven verschillende types waaronder enkele monocépages

Sciacca DOC : een negental verschillende types uit de gelijknamige gemeente; speciaal is de Riserva Rayana, een diepgouden op eik gerijpte witte

De IGT’s zijn Camarro, Colli Ericini, Fontanarossa di Cerda, Salemi, Salina, Sicilia en Valle Belice.

4 : Sardegna

Het verhaal van de wijnen van Sardinië lijkt erg op dat van de rest van het zuiden : een enorme plas weinig zeggende wijn (hier vooral wit), enkele interessante lokale druivensoorten die aan een renaissance bezig zijn en een groeiende groep van investeerders en lokale producenten die proberen om betere wijn te maken. Dit lukt voorlopig hier nog minder goed dan in Sicilië maar voor de liefhebber van wat aparte smaken is dit zeker happy hunting ground. Een regio om in het oog te houden, met vooral de vernaccia en de vermentino voor wit en de erg aparte cannonau voor rood. .

Alghero DOC : rode sangiovese of cabernet, maar vooral een aangename witte met twee kwaliteitsdruiven, de chardonnay en de lokale vermentino ; ook schuimwijn, zoete passito of rosato

Arborea DOC : wit (trebbiano) en rood (sangiovese); bescheiden DOC met nogal bescheiden wijntjes

Campidano di Terralba DOC : 80% bovale sarde of bovale di spagna ; vroeger een zware blend-wijn, vandaag ook als ‘normale’ drinkwijn met karakter ; minimaal vijf maanden vatrijping ; vooral bij pasta

Cannonau di Sardegna DOC : gebaseerd op de lokale variant van de grenache druif, de cannonau ; erg aparte, interessante wijn, over het algemeen van goede kwaliteit, heeft wat bewaarpotentieel ; 7 maanden houtrijping zijn verplicht, twee jaar voor de riserva ; bestaat ook als likeurwijn

Carignano del Sulcis DOC : interssante, zachte rode maaltijdbegeleider met minimaal 85% Carignan als druif

Giro di Cagliari DOC : van droog tot zeer zoet ; erg typerend en gemaakt met de lokale giro druif

Malvasi di Bosa DOC : goudgele, volle witte op basis van de malvasia druif die pas na twee jaar op de markt komt ; bestaat in secco maar meestal dolce naturale of liquoroso

Malvasia di Cagliari DOC : wit en aromatisch, van droog tot zeer zoet ; op basis van de malvasia druif

Mandrolisai DOC : met muristellu (of bovale sardo), cannonau of monica ; alleen rood ; tamelijk eenvoudig

Monica di Cagliari DOC : van halfdroog tot zeer zoet ; monica druif ; intense aroma’s

Monica di Sardegna DOC : kruidige maar nogal doordeweekse rode, kan ook iets zoeter zijn als de amabile variant

Moscato di Cagliari DOC : wit, aromatisch , halfzoet tot zeer zoet ; moscato druif

Moscato di Sardegna DOC : aromatische, sensuele witte schuimwijn

Moscato di Sorso Sennori DOC : zéér kleine DOC met heel eigen tradities ; typerende muskaatwijn

Nasco di Cagliari DOC : wit ; van droog tot zeer zoet ; nasco druif ; goede reputatie

Nuragus di Cagliari DOC : aangename, interessante witte van de nuragus druif waarvan men zegt dat ze door de Feniciërs voor het eerst aangeplant werd

Sardegna Semidano DOC : originele en steeds populairder wordende witte van de semidano druif ; zowel droog als halfzoet, kan ook spumante of passito zijn

Campidano di Teralba of Rosso di Teralba DOC : zware rode wijn, vroeger alleen om te versnijden, nu iets fijner maar nog steeds zwaar

Vermentino di Gallura DOCG : droge, frisse subtiele witte van de erg interessante vermentino druif ; de enige DOCG van Sardinië

Vernaccia di Orestano DOC : zwoele, verleidelijke dessertwijn ; ook als superiore, riserva en liquoroso

Vermentino di Sardegna DOC : subtiele, elegante, kruidige witte ; bijna altijd lekker en wat apart

De IGT ‘s zijn Barbagia, Colli del Limbari, Isola dei Nuraghi, Marmilla, Nurra Algherese, Ogliastra, Parteolla, Planargia, Provincia di Nuoro, Romangia, Sibiola, Tharros, Trexenta, Valle del Tirso, Valli di Porto Pino

5 : Campania

Dankzij een onschatbaar potentieel aan inheemse druiven als de fiano, de aglianico, de greco, de piedirosso en de falanghina is dit momenteel één van de interessantste regio’s van Italië, waar elk seizoen wel weer een andere vondst te noteren valt. Echt goedkoop zijn ze nooit, maar sommige zijn uitzonderlijk goed. Voor liefhebbers van exotische en onbekende druivensoorten een walhalla.

Aversa DOC : kurkdroge witte met asprinia druiven

Campi Flegrei DOC : witte falanghina’s, rode piedirosso en aglianico

Capri DOC : excellente witte, goed bij schaaldieren ; rosso met de piedirosso druif

Castel San Lorenzo DOC : rode typische barbera en een zoete Lambiccato, gemaakt met moscato druiven

Cilento DOC : wit, rosé en rood, ook cilento aglianico; in de weinig opwindende witte speelt fiano de hoofdrol, in de smakelijke lasagne-wijn die de rode is aglianico, maar er bestaat ook een vollere 85% aglianico

Costa d’Amalfi DOC : traditionele rode met piedirosso, sciascinaso en aglianico

Falerno del Massico DOC : verwijst naar de legendarische falernum uit het oude Rome ; romige, kruidige witte met falanghina ; krachtige volle rode wijn met rijpingspotentieel (aglianico, primitivo en piedirosso)

Fiano di Avellino DOC : fiano en andere druiven ; romige, notige wijn, best te drinken als hij een paar jaar oud is

Galluccio DOC : witte flanghina, rode aglianico ; goede riserva’s

Greco di Tufo DOC : droog, fris, elegant en wit

Guardi Sanframondi (Guardiolo) DOC : een leuke schuimwijn en een hele reeks met lokale varianten gemaakte, interessante wijntjes

Ischia DOC : wit en rood

Penisola Sorrentina DOC : erg traditionele, wat rokerige rode die men koud moet drinken

Sannio DOC : wit, rood, een leuke spumante en verschillende varianten met lokale druivensoorten

Sant’Agata dei Goti DOC : witte falanghina en greco, rode aglianico en piedirosso

Solopaca DOC : een zachte witte die goed combineert met vis en zeevruchten, een stevigere rode die wat bewaarpotentieel heeft

Lacryma Christi del Vesuvio DOC : mooie naam voor een nogal eenvoudige witte en rode

Taurasi DOCG : enige DOCG van Zuid-Italië ; 100% aglianico ; krachtig, vol, aromatisch en sensueel met enig bewaarpotentieel

Aglianico del Taburno DOC : sinds 1987 een DOC voor rode aglianico wijn

6 : Calabrië

Onbekend en onbemind en voorlopig zijn er slechts enkele eenzame producenten die proberen hier iets aan te doen. De streek heeft 12 eigen DOC’s maar ze zijn nauwelijks bekend buiten de eigen regio. De gaglioppo druif wordt er gebruikt voor het maken van nogal zachte en vriendelijke rode wijntjes.

Bivongi DOC : traditionele witte, rosé en rode wijnen

Ciró DOC : levendige witte, droge, verfijnde rode van de gaglioppo druif, leuke, stevige rosé ; erg uiteenlopende kwaliteit

Donnici DOC : wit, rosé of rood ; stevige rode met 50% gaglioppo

Greco di Bianco DOC : stevige witte dessertwijn

Lamezia DOC : witte met vooral greco ; rode met nerello en gaglioppo ; de origineelste is de zachtrode en naar kersen geurende lamezia

Melissa DOC : witte of rode wijn uit de gemeente Melissa

Pollino DOC : rode met gaglioppo, greco nero en nog wat lokale varianten ; van licht en bijna rosé tot stevige rode ; echte pastawijn

San Vito di Luzzi DOC : wit of rood uit de gemeente Luzzi

Sant’Anna di Isola Capo Rizzuto DOC : lokale traditionele wijnen, rosé of rood ; gaglioppo, nerello en malvasia.

Savuto DOC : lichte rode met gaglioppo, nerello, magliocco, sangiovese en malvasia

Scavigna DOC : zachte, fluwelen rode gaglioppo ; witte met trebbiano, greco en sinds kort ook wat chardonnay

Verbicaro DOC : ouderwetse, traditionele wijn, wit, rosé of rood

De IGT’s zijn Arghilla, Calabria, Condoleo, Costa Viola, Esaro, Lipuda, Locride, Palizzi, Pellaro, Scilla, Val di Neto, Valdamato en Valle del Crati.

7 : Basilicata

Alleen de Aglianico del Vulture maakt deze kleine en arme regio interessant. Indien goed gemaakt (niet altijd zo) één van de beste van Italië.

Aglianico del Vulture DOC : zeer intense, elegante wijn met veel bewaarpotentieel ; aglianico druif